Iedereen moet ineens autonoom en authentiek zijn, maar we hebben geen idee wat dat is

Peter Henk Steenhuis

19-10-2018

“Authenticiteit – wees lekker jezelf (met stappenplan)”. “Authentiek zijn maakt vrij en geeft zelfvertrouwen.” “De tien eigenschappen die u inspirerend authentiek maken.” Met dat soort opdracht-achtige advertenties worden we de laatste jaren doodgeslagen. En als je niet weet hoe je authentiek moet zijn? Nou, dan zijn er sites die je in een minuut bijspijkeren.

“Wat wij als samenleving verlangen van jongeren is een beetje oneerlijk,” zei Koen Vos dinsdag in Trouw. Vos werd deze week benoemd tot practor aan ROC de Friese Poort, een mbo-instelling in Friesland en Flevoland. Hij zal zich de komende jaren bezighouden met de ‘brede vorming’ van studenten.

Vos: “De laatste decennia ligt de nadruk in het onderwijs op kwalificeren, het leren van een vak. De rugzak van studenten wordt gevuld met kennis en vaardigheden. Maar de vraag wie die rugzak draagt, welke persoon dat is, waartoe hij zijn beroep later uitvoert en welke soort mens hij of zij is in de samenleving, dat is ondergesneeuwd.”

Oneerlijk

Een ding is duidelijk, de rugzakdrager moet authentiek en autonoom zijn. Maar die eis is volgens Vos dus een beetje oneerlijk, want als onderwijs weten we “niet eens meer hoe we ingrediënten om autonoom en authentiek te zijn mee moeten geven.”

Zou het niet nog veel erger zijn? Ik denk dat we zelfs geen notie meer hebben van wat dat is, authentiek en autonoom.

Van Dale geeft zes definities voor ‘authentiek’, gebaseerd op het Griekse authentikos, dat zoiets betekent als de eerste oorzaak betreffend, uit de eerste hand, niet vervalst. Hiervan uitgaand is authentiek een synoniem voor ‘echt’, ‘betrouwbaar’, ‘origineel’. Dat denken we snel te zijn. Maar één blik op de modewereld vertelt ons dat wanneer we origineel denken te zijn we in ganzenpas achter de massa aanlopen. We zijn als mensen eerder onbetrouwbare na-apers die begeren wat anderen hebben, dan echt originele voorlopers.

En dan autonoom. Een nog lastigere term. Ik heb een beetje rondgevraagd, samenvattend hoor ik: ‘lekker als een eenzame cowboy door de prairie trekken en schijt hebben aan wat men van je vindt.’ Hoe je dat doet? Waar zijn nog prairies, wilde paarden en cowboys, die rokend aangeven schijt te hebben aan de wetenschap dat ze er kanker van krijgen?

Drempel

Nee, we propageren autonomie vanwege het eerste deel van het woord: ‘autos’, gevormd naar het Griekse autónomos, dat zelf betekent. Denk aan onze auto’s die zelf rijden. Nómos komt van ‘wijze, gewoonte, principe, wet’. Iemand die autonoom is, zo weten we sinds de filosoof Immanuel Kant, is in staat zichzelf de wet te stellen. Maar pas weer op, dat betekent bij Kant alles behalve doen waar je zin in hebt. We moeten, zegt de grote filosoof van de Verlichting, onze wetten bepalen aan de hand van de rede. Dan wordt de mens pas vrij.

Nu wordt het moeilijk, want hoe doe je dat? Volgens de Duitse filosofe Beate Rössler heeft autonomie te maken met de vraag “waarom je sommige dingen durft en andere niet." Rössler: “Ik zie autonomie meer als een soort drempel. Om autonoom te oordelen moet je zelf kunnen beslissen - bijvoorbeeld of je een hoofddoekje wil dragen. Die drempel moet je op.”

Veel meer dan een eenzame cowboy die met niemand iets te maken heeft, duidt autonomie dus op een zelfstandigheid ten opzichte van anderen. Rössler: “Autonomie vindt altijd plaats binnen relaties.”

Deze invulling van het begrip is een stuk lastiger. Want zelfstandig, autonoom zijn in een lege prairie kan iedereen; het is zelfs een kunst het daar níet te zijn. Maar een zelfstandige positie innemen ten opzichte van de anderen vergt vorming, misschien zelfs een hele brede vorming.


Onder de titel 'Welkom in Bubbelonië' neemt Peter Henk Steenhuis wekelijks woorden onder de loep. Lees de eerdere columns terug op www.bubbelonie.nl en volg @bubbelonie op Twitter voor inspirerende Bubbelquotes.