St. Louis, Amerikaanse stad onder druk / American City under Pressure

Fenneke Wekker houdt ons de komende maanden op de hoogte van haar verblijf in de roerige Amerikaanse stad St. Louis.

"St. Louis is not a typical city, but, like a Eugene O'Neill play,
 it shows a general condition in a stark and dramatic form."

 New York Times, 26-2-1978, Washington University Archives

Thuis/Home

[FOR ENGLISH, SEE BELOW]

Thuis

Fenneke Wekker

18-12-2017

‘Wat neem je mee naar huis uit the Mid-West?’ vroeg iemand mij tijdens het afscheidsetentje in St. Louis. De vraag was zo groot, dat ik niet meteen kon antwoorden. Ik heb zoveel geleerd, ervaren en gezien. Hoe dat in één antwoord samen te vatten? ‘Dat je in Nederland absoluut de bodem kunt raken als je werkeloos wordt of ziek, maar dat die bodem lang niet zo diep is als hier.’ Mijn Amerikaanse vrienden knikten ongelovig: ‘Jullie moeten zo gelukkig zijn in Nederland…’

‘Nou,’ begon ik terug te krabbelen, ‘wij hebben ook onze problemen, hoor.’ Ik legde uit dat er in Nederland ook grote problemen zijn met schulden en armoede. Maar, moest ik toegeven, niet zoals in St. Louis waar vrijwel de hele zwarte gemeenschap arm is en nauwelijks een kans op werk heeft. 'In Nederland is toch ook nauwelijks racisme?’ vroeg iemand. ‘Nou, nationalistische radicalen hebben een paar weken geleden de snelweg geblokkeerd omdat ze vinden dat het hulpje van Sinterklaas een black face moet hebben,’ sputterde ik tegen. ‘Oh ja?! Black face? Dat is echt racistisch. Zijn er doden gevallen?’ ‘Nee, dat moest er nog bijkomen…,’ zei ik verschrikt, ‘maar er is laatst wel een dode gevallen door politiegeweld, en die agenten zijn vrijgesproken!’ ‘Wow. Komen er jaarlijks veel mensen om door politiegeweld?’ ‘Nee…,’ moest ik ook hier toegeven. De onderwerpen buitelden over elkaar heen. Alle Nederlandse problemen die ik op kon noemen vielen in het niet bij de omvang van de problemen in Amerika. En die problemen zie je het beste in the Mid-West, vertelden mijn vrienden; want dit is het échte Amerika, veel meer dan New York, Chicago of Los Angeles.

Toen ik na het etentje – en een warm afscheid – terug naar mijn appartement liep, viel het me opnieuw op dat je de problemen in St. Louis zo goed kunt zien. Ze liggen op straat, letterlijk. Arme, zieke mensen met gaten in hun kleren, zonder tanden, zonder eten; de Delmar Boulevard als zichtbare scheidslijn tussen het rijke ‘witte’ en het arme ‘zwarte’ deel van St. Louis. De diepe structurele en geïnstitutionaliseerde ongelijkheid ligt hier aan de oppervlakte. Amerika is nooit goed geweest voor zwarte, gekleurde, arme of zieke mensen, en dat zal niemand betwisten. Dit zorgt er ook voor, vermoed ik, dat het makkelijk is om over die problemen te praten met Amerikanen. Makkelijker dan in Nederland, waar ongelijkheid en racisme veel minder pregnant aanwezig zijn, maar ook moeilijker bespreekbaar; alsof we nog geen gezamenlijke taal hebben gevonden om onze structurele problemen aan te wijzen.

Een paar dagen later land ik veilig in een sneeuwwit Nederland. In Amsterdam vallen dikke vlokken, mijn kinderen dragen de net gekochte kerstboom en de oliebollenkraam wacht dampend op onze komst. ‘Het is een beetje een kerstfilm,’ denk ik bij mezelf, ‘maar geen Amerikaanse, want ik kan hier niet onderscheiden wie er arm is en wie niet…’. Eenmaal aan de warme chocolademelk in mijn keuken sla ik voor het eerst in 4 maanden een Nederlandse krant open. Het grote onderzoek van het SCP naar ‘de stand van Nederland’ wordt gepresenteerd onder de kop: ‘Nederlander is gelukkig’. En ik weet dat het waar is.


[ENGLISH]

Home

Fenneke Wekker

18-12-2017

"What are you taking home from the Mid-West ?" someone asked me during the farewell dinner in St. Louis. The question was too big to answer immediately. I have learned, experienced and seen so much, how to summarize that in one answer? “In the Netherlands you can definitely hit the bottom if you become unemployed or ill, but the bottom is not as deep as here.” My American friends nodded incredulously: "You must all be so happy in the Netherlands..."

"Well," I began to falter, "we have our problems, too." I explained that there are also major problems with debts and poverty in the Netherlands. But, I had to admit, not like in St. Louis where almost the entire black community is poor and barely has a chance to get a well-paid job. “I heard, there is hardly any racism in the Netherlands,” someone said. "Well, nationalist radicals blocked the highway a few weeks ago because they claim the servant of Santa Claus should have a black face," I sputtered. 'Oh really?! Black face? That is really racist. Have there been any deaths?" "Thank God, no...", I said, startled, "but a man died last summer because of police brutality, and those agents were acquitted!" "Wow. Do many people get killed by police violence?” “No, not that much...,” I had to admit here too. The topics started tumbling over each other. All Dutch problems that I could mention were nothing compared to those in America. “And you can see them better here than in New York, Chicago or Los Angeles,” my friends told me, “because this is the real America”.

When I walked back to my apartment after dinner - and a warm farewell - I noticed again how clearly you can see the problems in St. Louis. They are on the street, literally. Poor, sick people with holes in their clothes, without teeth, without food; the Delmar Boulevard as a visible divide between the rich 'white' and the poor 'black' part of St. Louis. The deep structural and institutionalized inequality lies on the surface here. America has never been a good place for black, colored, poor or sick people, and no one will dispute that. This also explains, I believe, why it is easy to talk about those problems with Americans. Easier than in the Netherlands, where inequality and racism are much less pregnant, but also much more difficult to discuss; as if we still lack a common language to point out our structural problems.

A few days later, I arrive safely in a snow-white Amsterdam. Snowflakes fall while my children carry the newly bought Christmas tree. The ‘oliebollenkraam’ already waits for our arrival. “It’s like a Christmas film,” I think to myself, “but not an American one, because I cannot distinguish here who is poor and who is not...”. When I’m drinking my hot chocolate in the kitchen, I open a Dutch newspaper for the first time in four months. The SCP's research into 'the state of the Netherlands' is presented under the headline: 'The Dutch are happy'. And I know it's true.

Mon, December 18th

Het belang van amicaliteit/The importance of amicability

[FOR ENGLISH, SEE BELOW]


Het belang van amicaliteit

Fenneke Wekker

26-11-2017

Over Amerikanen wordt in Nederland vaak gezegd dat ze ‘nep’ zijn. Om zo aardig en joviaal tegen vreemden te zijn, dat is gewoon overdreven. We kennen elkaar niet, of pas net. Doe normaal.

Mijn vrienden en familieleden uit Nederland bellen me soms bezorgd op: “Je zit daar zo alleen in dat rare land. Gaat het wel goed met je?” En ja, het is een raar land, en het gaat ook niet altijd goed met mij. Maar ik ben niet alleen.

Vanaf de eerste dag in St. Louis zijn er mensen die voor mij zorgen, die zich over mij ontfermd hebben en me echt zien staan. Niet omdat ze mij kennen, of omdat ze me al lang kennen, maar eenvoudigweg omdat ik hun nieuwe beste vriend zou kúnnen zijn. Vanaf dag één word ik geholpen door collega's met het vinden van mijn weg in St. Louis, ik word omhelsd door vreemden. Ik krijg een high-five op straat omdat ik op iemands zus lijk, en de straatmuzikant op de hoek roept stralend: “Oh, ma’am, I have been looking out for you! So happy to see you again!”

Voor het middaguur heb ik alle complimenten al binnen die ik in Nederland met moeite in een jaar bij elkaar schraap. Ik blijk in St. Louis prachtig haar te hebben, me ontzettend goed te kleden, zelfs m’n oude schoenen vallen op als iets heel bijzonders. Mijn huidskleur is blijkbaar echt iets om over naar huis te schrijven; zwarte en witte mensen verbazen zich over mijn ‘goud-kleurigheid’ en houden niet op me te complimenteren. Bovendien blijk ik heel ‘authentiek’ te zijn. “Kijk," legt een vrouw in een café mij uit, "je hebt authentiek, maar jij bent echt het summum van authentiek. You’re such a beautiful person”. En als ik heb afgerekend bij de supermarkt, zegt de caissière: “Stay safe, sweetheart”.

Jan Willem Duyvendak en ik hebben in 2015 een essay geschreven over het belang van amicaliteit. Het was een soort gedachtenexperiment; hoe zou je ervoor kunnen zorgen dat mensen zich in een grote stad thuis en op hun gemak kunnen voelen, zonder dat ze dikke vrienden met elkaar hoeven te worden? Hoe verbind je mensen met elkaar die onderling in bijna alles van elkaar verschillen? Ons hypothetische antwoord op die vraag was: door amicaliteit. Door elkaar op straat niet als je mogelijke vijand, maar als mogelijke vriend te beschouwen.

Ik geloof dat we gelijk hebben gehad. Ik praat in St. Louis iedere dag met mensen op straat die ik niet ken; van zwervers tot bankpersoneel. Ik heb het gevoel dat er van mij gehouden wordt, en ik houd van iedereen. Heel overdreven.

Lieve mede-Nederlanders en potentiele nieuwe vrienden, ik ga dit gedrag mee terug nemen. Een beetje meer amicaliteit, een beetje meer liefde voor vreemden, een beetje meer openheid en gelijkwaardigheid naar elkaar, dat kunnen we in ons koude kikkerlandje wel gebruiken. Dus schrik niet als ik je omhels.


[ENGLISH]

The importance of amicability

Fenneke Wekker

26-11-2017

Americans are ‘fake’, most Dutch people would agree on that. To be so nice and jovial towards strangers, that is simply overdone. We do not know each other, or we only just met. Act normal.

Sometimes, friends and relatives from the Netherlands call me anxiously: "You must be so alone in that weird country. Are you okay?" And yes, it is a weird country, and I am not always doing okay. But I am not alone.

From the first day in St. Louis, there are people who care for me, who have taken care of me and really see me. Not because they know me, or because they have known me for a long time, but simply because I could be their new best friend. From day one, I am helped by colleagues finding my way in St. Louis, I am embraced by strangers. I get a high-five on the street because I look like someone's sister, and the street musician on the corner shouts: "Oh, ma'am, I have been looking out for you! So happy to see you again!"

Before noon, I have gathered all the compliments that, in the Netherlands, I would only scrape together in one year. I turn out to have beautiful hair in St. Louis, to dress very well, even my old shoes stand out as something very special. My skin color is apparently something to write home about; black and white people are amazed by my 'gold-colored' skin and cannot stop complimenting me about it. Moreover, I learned I am very 'genuine'. "Look," a woman in a café explained to me, "some people are genuine, but you are truly the ultimate. You're such a beautiful person" . And when I check out at the supermarket, the cashier says: "Stay safe, sweetheart".

In 2015, Jan Willem Duyvendak and I wrote an essay on the importance of amicability. It was a kind of thought experiment; how could people feel at home and at ease in a big city, without having to become real friends? How can people connect when they differ in almost everything? Our hypothetical answer to that question was: through amicality. By not perceiving each other as a possible enemy, but rather as a possible friend.

I believe we were right. I talk to people in St. Louis every day who I do not know; from homeless people to bank employees. I feel that I am loved, and I love everyone. Very overdone.

Dear fellow Dutch and potential new friends, I am going to take this way of doing back home. A little more amicability, a bit more love for strangers, a bit more openness and equality towards each other: we can use some of that in our cold little country. So, please, don’t be shocked if I embrace you.

God, save America

God, save America

13-11-17

Fenneke Wekker

[FOR ENGLISH, SEE BELOW]

“Oh, Lord, help us. We can’t do this by ourselves!” roept de voorganger in de kerk.
Het orgeltje en de drums spelen opzwepend, de mensen in de zaal roepen bevestigend “Oh, help us, Lord!” “Jezus! Help us.”

Afgelopen zondag ging ik voor het eerst naar de Baptist Church niet ver bij mij vandaan. Ik ben niet gelovig, en heb als tiener zelfs enige weerzin tegen het geloof en de kerk ontwikkeld. Maar toch, na bijna vier maanden in St. Louis, voelde ik echt de behoefte om op een plek te zijn waar mensen in iets moois geloven, waar je nog iets van hoop kunt voelen. Want mensenkinderen, wat een depressie en machteloosheid en somberheid zie ik hier om me heen.

“Did you come here to see a miracle happen this morning?!” “Yeah!” roept iedereen uitzinning. “I said, did you come here to see the Lord this morning!” “Yeah!” “Well, let me tell you, he’s all around you! There are angels in this room today!”

Ik keek om me heen en zag dat het waar was. De mensen om me heen zo mooi, op hun best gekleed, stralende, lachende gezichten, omhelzingen, handkussen over en weer. Niet geforceerd, maar echt. Echte engelen. Dit had ik nog niet gezien in St. Louis, zoveel geluk en pure liefde.

Het leven is pittig in St. Louis. Er gaat geen dag voorbij dat je niet geconfronteerd wordt met de diepe ellende waarin de stad zich bevindt. Oude vrouwtjes die ’s nachts op straat staan te bedelen, “Ik kan mijn huur niet meer betalen, mevrouw, alles helpt”. Oude mannetjes met afgezette ledematen, zonder tanden, zonder geld, zonder iets, in een slaapzak voor de winkel. Ik heb één mijnheer ‘uitgekozen’ waarvoor ik nu een paar keer per week eten koop. Een totale machteloosheid maakt zich van je meester als je al die dakloze, zieke mensen op straat ziet. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het geweld in de stad. De armoede die mensen tot wanhoop en criminaliteit drijft. De politie die schiet om te doden. De kinderen die geen enkele kans hebben om dit milieu te ontgroeien. Waar te beginnen?

“Did you come to see a MIRACLE today?!” “Yeah!”
“We hadden dakloos kunnen zijn,” legt de voorganger uit, “maar kijk hoe we hier staan. Zo goed is God voor ons! St. Louis is een makkelijke plek om dood te gaan, maar kijk hoe we hier staan. Zo goed is God voor ons!” Iedereen juicht en roept, het gospelkoor zingt, het swingende orkestje speelt en niemand kan blijven zitten. Ook ik sta op en vind mezelf met mijn handen in de lucht, luid meezingend: “My Lord, I will serve you for the rest of my life!”  We zingen en juichen het dak eraf en kunnen allemaal even een glimp van de hemel zien. Alle spanning van de stad valt van me af en ik voel me een uur lang volledig veilig en gelukkig.

Ik begin te zien waarom God in Amerika zo populair is. En op een bepaalde manier zelfs onmisbaar. In een land waar het ieder voor zich is, daar blijft alleen God over voor ons allen.

Nog 6 dagen tot zondag, dan mag ik weer.


[ENGLISH]

God, save America

13-11-17

Fenneke Wekker

"Oh, Lord, help us. We cannot do this by ourselves!" the pastor calls out.
The organ and the drums play excitingly, the people in the hall shout affirmatively "Oh, help us, Lord!" "Jesus! Help us."

Last Sunday, for the first time, I went to the Baptist Church not far from where I live. I am not a believer, and have even developed some aversion to religion and the church as a teenager. Yet, after almost four months in St. Louis, I really felt the need to be in a place where people believe in something beautiful, where you can still feel some hope. Because, boy-oh-boy, what a depression and powerlessness and gloom I see around me.

"Did you come here to see a miracle happen this morning ?!" "Yeah!" everyone calls out. "I said, did you come here to see the Lord this morning!" "Yeah!" "Well, let me tell you, he's all around you! There are angels in this room today!"

I looked around and saw that it was true. The people around me were so beautiful, dressed at their best, their radiant, smiling faces, embracing each other, blowing kisses to each other. Not forced, but real. Real angels. I had not seen this in St. Louis, so much happiness and pure love.

Life is tough in St. Louis. Not a day goes by that you are not confronted with the deep misery in which the city finds itself. Old women who are begging in the streets at night, "I can no longer pay my rent, madam, everything helps". Old men with missing limbs, without teeth, without money, without anything, in a sleeping bag in front of the store. I have "chosen" one gentleman for whom I now buy food a few times a week. Total powerlessness takes over, when you see all those homeless, sick people on the street. And then I have not even mentioned the violence in the city. The poverty that drives people to despair and crime. The police who shoots to kill. The children who have no chance to escape this environment. Where to start?

"Did you come to see a MIRACLE today?!" "Yeah!"
"We could have been homeless in the street," the pastor explains, "but see how we stand here today. That’s how good God is to us! It’s easy to die here in St. Louis, but see how we stand here today. That's how good God is to us!” Everyone cheers and shouts, the gospel choir sings, the swinging orchestra plays and nobody can sit still. I, too, stand up and find myself dancing with my hands in the air, singing loudly: “My Lord, I will serve you for the rest of my life!” We sing and cheer the roof off and can all see a glimpse of heaven. All the tension of the city falls away from me and I feel completely safe and happy for an hour.

I am beginning to see why God is so popular in America. And in a way, even indispensable. In a country where it is everyone for himself, only God takes care of us all.

6 days to Sunday, then I can go again.

Mon, November 13

Kusbare lippen

Kusbare lippen

Fenneke Wekker

4-11-2017

Mijn vriendin uit mijn oude huis in St. Louis is gisteren aangerand; in huis, door één van onze mannelijke mede-huisgenoten.

Hij greep haar op de overloop, waar ook mijn kamer was. Met al zijn kracht hield hij haar armen tegen haar lijf gedrukt, zodat zij zich niet kon bewegen terwijl hij haar in haar nek kuste en zich van achteren tegen haar aan drukte. Ze kon zijn erectie ruiken, zei ze. En ik wist wat ze bedoelde.

Mijn vriendin, laat ik haar hier Laura noemen, was verstijfd van angst. De andere vrouwelijke huisgenoot was een paar dagen naar New York, de huiseigenaar zou pas over een paar uur thuis komen. Deze jonge, sterke man had het juiste moment gekozen. Ze waren alleen in huis en hij kon doen wat hij wilde.

Hij draaide haar met haar gezicht naar zich toe en ze zag dat zijn ogen rood doorlopen waren, zijn gezichtsuitdrukking volkomen veranderd. ‘Hij was het niet, Fenn, hij was zichzelf niet”.

Laura is een jaar geleden uit Ghana naar Amerika gekomen, na jarenlang seksueel misbruik door haar oudere broer en neef, nu op de vlucht voor fysieke en mentale mishandeling door haar man. Ze wil geen slachtoffer meer zijn, ze wil niet meer hoeven overleven, ze wil leven, zegt ze.

Vlak voor ze vertrok was ze naar haar pastoor gegaan om vergeving te vragen. Hij had haar in Gods naam vergeven, maar erbij gezegd dat vrouwen zich er bewust van moeten zijn dat mannen al heftig opgewonden kunnen raken van een glimlach van een vrouw, of van lippenstift.

Onze huisgenoot probeerde Laura gisteren op haar mond te kussen. “Je hebt kusbare lippen,” had hij in haar gezicht gehijgd, en zij had alleen “nee, nee, nee” gezegd. “En ik had nu geen lippenstift op, Fenn, en ik was van top tot teen gehuld in een joggingpak. Ik vraag me steeds af wat ik heb gedaan om hem uit te dagen”.

Lieve Laura, en alle andere Laura’s in de wereld waar er helaas te veel van zijn, deze tekst is voor jou. Jij hebt hem niet uitgedaagd. Je bent adembenemend mooi. En ja, je hebt kusbare lippen. Maar ze zijn van jou. Niemand op de wereld mag zich die zomaar toe-eigenen en zeker niet beweren dat je daar zelf om gevraagd hebt. Alleen jij bepaalt aan wie je je kostbare kussen geeft.

En voor mijn mannelijke huisgenoot, en alle andere mannelijke huisgenoten in de wereld waar er helaas te veel van zijn, je seksuele lust is een oerkracht, het neemt je over en laat je dingen doen die je niet wilt en niet mag. Train en beheers jezelf, zoek een vriendin voor wie je goed bent en die met liefde haar kusbare lippen met je wilt delen, ga naar een prostituee, masturbeer, maar blijf met al je intimiderende kracht van vrouwen af. Ze zijn niet van jou, ze zijn niet voor jou. Hun kusbare lippen kun je hooguit voor je winnen, maar je nooit naar eigen behoefte toe-eigenen.

We zijn geen self-service zaak.

Vrouwe Justitia is hier niet blind

Vrouwe Justitia is hier niet blind

Fenneke Wekker

24-10-2017

Mijn vriend in ‘the ghetto’ werd opgeroepen om deel te nemen aan een publieke jury. Nu ben ik niet goed bekend met het Amerikaanse rechtssysteem, maar een aantal dingen die hij mij vertelde gingen tegen iedere intuïtie van rechtvaardigheid in.

De zaak waarvoor hij werd opgeroepen zat als volgt in elkaar:

Een man kwam aanrijden bij een kruispunt, maar de stoplichten deden het niet. Hij reed daarom door en knalde voluit op een auto die van rechts kwam. De man die het ongeluk heeft veroorzaakt klaagt nu St. Louis County aan omdat zij verantwoordelijk zijn voor de stoplichten, en dus voor de schade die hij aan zijn auto heeft opgelopen.

Mijn vriend moest een dag vrij nemen van zijn werk -- tegen een vergoeding van $25,- -- en werd vervolgens 12 (!) uur ondervraagd door de advocaten van de man in kwestie. Ze wilden alles van hem weten, maar vooral of hij schuldig of onschuldig zou pleiten. Was de gemeente verantwoordelijk voor de autoschade of de man zelf?

Voor mijn vriend was het een duidelijke zaak: op het moment dat de stoplichten het niet doen, dan gelden de normale verkeersregels en dan moet je dus eenvoudigweg opletten of er niet iemand van rechts komt. De man was dus zelf verantwoordelijk voor de schade die hij aan zijn auto heeft opgelopen, vond hij, en daarbij óók voor de schade aan de andere auto. De advocaten zetten hem stevig onder druk, draaiden de feiten om en wilden dat hij zou zeggen dat het inderdaad belachelijk is dat de gemeente niet goed voor de stoplichten zorgt, en dat het logisch is dat de man zonder uit te kijken, in volle vaart het kruispunt is overgestoken. Dat deed mijn vriend niet. Hij werd na een lange dag naar huis gestuurd en kreeg de melding dat hij geen zitting mocht nemen in de jury. Ze hadden voor iemand anders gekozen.

Wat?! Advocaten van de aanklager die juryleden ‘selecteren’ en hen al vóór de rechtszaak een mening ontfutselen – nee, opdringen? Zou de jury niet on-beïnvloed moeten zijn en blind gekozen moeten worden, als afspiegeling van de samenleving? Is een eigen mening geen voorwaarde voor een eerlijk debat en een rechtvaardige uitkomst?

Ik kon niet geloven dat dit de normale gang van zaken was in de V.S. en ging naar een collega die in St. Louis rechten heeft gestuurd. Zij bevestigde: ‘Daarom worden mensen met een sterke mening, of hoogopgeleide mensen en professoren van universiteiten bijna nooit geselecteerd voor een jury. Ze zijn minder vatbaar voor de logica van de advocaten en worden daarom niet geschikt geacht.

Toen ik peinzend naar huis terug liep, kwam ik langs de rechtbank. En daar zag ik het: Vrouwe Justitia heeft hier geen blinddoek om. Ze kijkt wel uit. Eerst weten wat voor vis ze in de kuip heeft, en dan pas ‘recht’ spreken.

Herfst in Nederland

Na een herfstvakantie in Nederland, is Fenneke weer terug in St. Louis.
Het begint zowaar een beetje als 'thuis' te voelen.

Lekker makkelijk in University City

Lekker makkelijk in University City

Fenneke Wekker

29-09-2017



Halleluja! Ik zit er middenin, in de ‘veilige bubbel’.
Afgelopen week ben ik verhuisd naar een kamer in University City. Ik heb mijn huis in Enright Avenue achter me gelaten en met een buik vol spijt afscheid genomen van mijn huisgenoten. Ik realiseerde me maar al te goed dat ik mee werk aan de segregatie die ik zo verfoei; de afgelopen weken zijn de drie ‘witte’ mensen in ons huis (waar ik me nu dan maar onder schaar, als dochter van een witte moeder en zwarte vader) allemaal vertrokken naar University City. Mijn gekleurde huisgenoten blijven gedrieën achter in ‘the hood'. Zij willen ook het liefst vandaag nog weg, maar hebben geen recht op een woning in die prachtige, goed beveiligde wijk; je moet namelijk student zijn of medewerker van Washington University. En student aan deze universiteit word je niet zomaar, daar moet je $50.000 per jaar voor betalen. Of je hebt, zoals ik, een fijne beurs gekregen.  

Het is confronterend om te zien hoe armoede en kleur hand in hand gaan, in Amerika én in Nederland. Ik zou willen dat het me lukte om kleurenblind te zijn, maar het is onmogelijk om niet op te merken dat hier in University City bijna geen gekleurde mensen zijn. Het is onmogelijk om me niet te realiseren dat de samenstelling van studenten en vaste staf aan de Universiteit van Amsterdam ook vrijwel helemaal wit is. Goed aangeschreven universiteiten, waar ook ter wereld, met hun toegang tot kennis, tot kansen, tot beurzen, tot prachtige kamers in veilige straten, zijn in de praktijk nog nauwelijks bereikbaar voor niet-witte mensen. En het is toch al minstens 50 jaar geleden dat er een wettelijke basis voor segregatie was.

Zit er een boze gedachte achter die zichtbare uitsluiting van gekleurde mensen?
Ik vrees van niet.

Zitten er slechte racisten achter, die gekleurde mensen actief tegenhouden en uitsluiten? 
Was het maar zo makkelijk. We zouden ze aanwijzen en oppakken.

Het zit in iets veel ogenschijnlijk ‘onschuldigers’, zoals mij deze week overkwam: ik wilde niet meer in een wijk wonen waar gangs 's nachts op elkaar schieten, en dus heb ik een veiliger buurt opgezocht. Met mijn klasse-achtergrond, mijn opleiding en mijn geld heb ik de mogelijkheid om me naar binnen te wringen in een wijk die witte mensen 100 jaar geleden fantastisch voor zichzelf hebben gebouwd. Witte mensen hebben altijd uitermate goed voor zichzelf en elkaar gezorgd; het zou bijna mooi zijn, als het niet zo schrijnend raciaal gekleurd was.

Ik heb deze week gebruik gemaakt van alle privileges die mij met mijn geboorte uit een witte moeder zijn meegegeven.  En zo blijft alles bij het oude en is Enright Avenue weer een volledig ‘zwarte’ straat. De status quo is weer hersteld.

Toen ik een collega van Washington University vroeg hoe hij omging met die scheidslijnen tussen zwart en wit, antwoordde hij laconiek: ‘Ach, ik merk er niet zoveel van. Het is heel makkelijk om je terug te trekken in je eigen witte bubbel’.

En dat is precies het gevaar. Het is voor ons, witte mensen, zo makkelijk. Véél te makkelijk om, met  allerlei ogenschijnlijk onschuldige handelingen, onze eigen bubbel in stand te houden. Hoe ver reikt onze bereidheid om die bubbel door te prikken, en niet langer alleen voor onszelf te zorgen…?

Vanaf de bodem

Fenneke Wekker

20-09-17


"They are in effect still trapped in a history which they do not understand;
and until they understand it, they cannot be released from it.
"

James Baldwin, The Fine Next Time


De rook is opgetrokken in St. Louis.
Gisteren waren er geen protesten. Vandaag, woensdag, staan er weer een paar gepland.
De protestbeweging, die het racistische karakter van politieoptredens in de stad aan de kaak wil stellen, richt zich op welvarende gebieden met dure winkels; de zogenaamde ‘witte bubbel’ waar veel politiesurveillance is. University City was het afgelopen weekend het doelwit. In deze wijk wonen veel (rijke, witte) studenten en stafleden van Washington University in St. Louis. De lokale winkelstraat Delmar Loop staat aangeschreven als “One of Ten Greatest Streets in The USA”. De straat is een toonbeeld van (wit) ondernemerschap. Vreedzame marsen werden gevolgd door sneuvelende ruiten van designwinkels, boekwinkels en hippe café’s. Belangrijk detail, studenten waren een drijvende kracht achter deze acties. De witte bubbel lijkt in deze wijk voorlopig opengebroken.

Anders dan bij de Ferguson-protesten in 2014, waren de protesten direct gemengd. Een grote en veelkleurige groep mensen ging vier dagen geleden de straat op en heeft zich sindsdien door weinig of niets laten tegenhouden.

Ik ben onder de indruk van die beweging van onderaf. De publieke respons op de uitspraak in de ‘Stockley-zaak’ is enorm. De organisatie van burgers is soepel, de saamhorigheid overweldigend. Zo extreem en zichtbaar als het geïnstitutionaliseerde racisme en de rassen-segregatie hier is, zo groots en geïnstitutionaliseerd lijkt ook de reactie van onderop.
Verzet en activisme lijken hier ingebed te zijn in de gemeenschap; de overheid is niet je vriend, maar je potentiële vijand. Alle overheidsinstituties worden nauwlettend in de gaten gehouden en verzet wordt al georganiseerd vóór instanties over de publieke schreef gaan.

Zo waren de gesneuvelde ruiten op Delmar Loop al na één dag vervangen door indrukwekkende schilderwerken van lokale artiesten. De winkeliers richtten zich niet tegen de ‘vandalen’, maar toonden onmiddellijk en op georganiseerde wijze hun solidariteit met de protestbeweging.

Een student zei tegen mij: ‘Ik ben bang dat we Amerika eerst helemaal af moeten breken, zodat we het vanaf de bodem opnieuw kunnen opbouwen’. Ik geloof dat ze daarmee op Delmar Loop zijn begonnen.

Brekend Nieuws

Brekend Nieuws

Fenneke Wekker[i]

17-09-2017


Het is een roerige week in St. Louis, Missouri.

Dinsdagnacht werd ik, in mijn eigen Enright Avenue, opgeschrikt door schoten. Niet één, niet twee, maar een paar flinke salvo’s achter elkaar. Ik had dit al vaker gehoord, maar die nacht vloog het me aan: ‘Mensen schieten elkaar dood!!’

In St. Louis mag je wapens bij je dragen, altijd. Alleen in de metro en in de bus is het verboden om ze ‘verborgen’ te dragen. Je moet ze dus wel laten zien, anders is het niet eerlijk voor je mogelijke slachtoffers. Het is best handig, zo’n pistool. Als je bijvoorbeeld jaloers bent op de nieuwe vriend van je ex-vriendin, dan wacht je het stelletje op en dan schiet je die lelijke vent gewoon dood. Dat gebeurde dinsdagnacht in mijn buurt. Of je krijgt nog geld van een vriend en die geeft het maar niet terug, dan schiet je ‘m gewoon in z’n rug. Moet hij maar niet zo achterbaks zijn. Ook dat gebeurde dinsdagnacht in mijn buurt. Of, en dan is dat wapenbezit echt helemaal een hit, je wacht je vroegere compagnon op bij z’n huis – want hij deed altijd al gemeen tegen je – en je schiet je pistool leeg op zijn auto als hij de straat inrijdt. Zo makkelijk. En dan heb je niet alleen die rottige compagnon van je kunnen raken, maar ook z’n 6-jarige zoontje een kogel door het hoofd kunnen jagen.  Twee vliegen in één klap; had hij destijds maar wat meer respect moet tonen. Ook dat gebeurde dinsdagnacht in mijn buurt. Drie losstaande schietpartijen om niet veel meer dan niks, op loopafstand van mijn woning.

Als mensen in mijn ‘ghetto’ elkaar niet doodschieten, dan is er altijd nog de hardwerkende politie die een handje helpt. Vrijdag werd er opnieuw een agent vrijgesproken die een ongewapende zwarte man achtervolgde en doodschoot. Op de geluidsopnamen uit de politiewagen is te horen dat de politieman zei: “I’m going to kill that motherfucker”. Met zijn persoonlijke wapen– z’n dienstwapen heeft hij niet gebruikt, want dat zou vragen hebben kunnen oproepen – heeft hij er netjes voor gezorgd dat er weer een zwarte man minder over straat loopt in St. Louis.

Langs de snelweg hier staat een groot bord: ‘Learn how to shoot well. Gun safes lives’.

Wiens levens, vraag je je dan af.

[i] Fenneke Wekker houdt ons de komende maanden op de hoogte van haar ervaringen in St. Louis, Missouri, USA.

Dit is geen mooie straat

Dit is geen mooie straat

Fenneke Wekker[i]

10-09-2017

Dit is Enright Avenue;  een rustige straatje in het slaperige, hete stadje  St. Louis, in Amerika. Hier woon ik tot december.

Er is ogenschijnlijk niets mis met deze straat. Integendeel. Zo op het eerste oog zou je zelfs denken: als ik in zo’n prachtige straat in Amsterdam zou wonen, dan was ik miljonair. Hier in St. Louis liggen de dingen wat anders. Hier is ‘what you see’ niet helemaal ‘what you get’…

In het grote huis waar ik woon, bijvoorbeeld, staan binnen geen meubels. Nou, één tafel dan en twee stoelen. We wonen hier met vijf mensen en hebben samen vier borden, drie kopjes en een handjevol bestek. We hebben wel zes pannen, maar niemand kookt. Voor eten heeft niemand hier in huis tijd; mensen  moeten  werken – letterlijk dag en nacht, zeven dagen per week. Mijn 54-jarige huisgenoot heeft twee uur per week vrij.  ‘Weet je hoeveel tijd ik mij bespaar door niet meer te eten?’ vroeg hij toen hij zag dat ik aan het koken was in de praktisch lege keuken.  Hij eet zelf één keer in de drie dagen, en hij drinkt thee. Dat houdt hem op de been en daardoor verdient hij voldoende geld om zijn kamer te betalen en te sparen voor een betere toekomst. ‘Want dit houd ik niet lang meer vol. Zo kan ik niet oud worden,’ zegt hij.

In het huis aan de overkant hangen geen gordijnen, maar gerafelde lappen voor de ramen. Ik dacht eerst dat er alleen één hele oude man woonde. Hij zat uitgemergeld op de veranda voor zijn huis, te dommelen in zijn schommelstoel. Maar de dagen erna zag ik zeker nog tien mensen het huis uitkomen, kinderen, moeders met obesitas, een paar oma’s.

Ik heb nog nooit zo goed armoede kunnen zien als hier in St. Louis, in the Mid-West. Armoede, terwijl mensen negentig uur per week werken. Al het geld gaat op aan de stenen van het huis, de tuin en de auto. Er is nauwelijks openbaar vervoer, fietsen vindt men hier ‘a good way to die’; zonder auto kun je niks. En als je ziek wordt of je been breekt, dan ben je verloren. De meeste mensen hebben de $800,- niet die je contant moet afrekenen bij de eerste hulp. ‘Mensen sterven op die manier in hun huis,’ vertelt mijn huisgenoot. ‘Als je ziek wordt of zelfs als je van de trap valt, dan is het afgelopen.’ 

Toch hoef je niet ver te lopen, eigenlijk maar zo’n 50 meter, om ook een grote rijkdom en welvaart te zien; goed onderhouden huizen, fitte, stralende, goed geklede mensen, nog wat extra auto’s op de oprijlaan. Kijk maar, daar, achter dat hek. Dat hek midden in mijn straat, zie je het? Met die paaltjes ervoor om het nog extra te beveiligen; te beveiligen tegen de mensen aan ‘mijn’ kant van de straat natuurlijk.  Want oh, dat was ik nog vergeten te zeggen – of sprak dat al voor zich? – alle mensen die aan deze kant van het hek wonen, zijn zwart.

[i] Fenneke Wekker houdt ons de komende maanden op de hoogte van haar ervaringen in St. Louis, Missouri, USA.