Lekker makkelijk in University City

Lekker makkelijk in University City

Fenneke Wekker

29-09-2017

Halleluja! Ik zit er middenin, in de ‘veilige bubbel’. 
Afgelopen week ben ik verhuisd naar een kamer in University City. Ik heb mijn huis in Enright Avenue achter me gelaten en met een buik vol spijt afscheid  genomen van mijn huisgenoten. Ik realiseerde me maar al te goed dat ik mee werk aan de segregatie die ik zo verfoei; de afgelopen weken zijn de drie ‘witte’ mensen in ons huis (waar ik me nu dan maar onder schaar, als dochter van een witte moeder en zwarte vader) allemaal vertrokken naar University City. Mijn gekleurde huisgenoten blijven gedrieën achter in ‘the hood'. Zij willen ook het liefst vandaag nog weg, maar hebben geen recht op een woning in die prachtige, goed beveiligde wijk; je moet namelijk student zijn of medewerker van Washington University. En student aan deze universiteit word je niet zomaar, daar moet je $50.000 per jaar voor betalen. Of je hebt, zoals ik, een fijne beurs gekregen.  

Het is confronterend om te zien hoe armoede en kleur hand in hand gaan, in Amerika én in Nederland. Ik zou willen dat het me lukte om kleurenblind te zijn, maar het is onmogelijk om niet op te merken dat hier in University City bijna geen gekleurde mensen zijn. Het is onmogelijk om me niet te realiseren dat de samenstelling van studenten en vaste staf aan de Universiteit van Amsterdam ook vrijwel helemaal wit is. Goed aangeschreven universiteiten, waar ook ter wereld, met hun toegang tot kennis, tot kansen, tot beurzen, tot prachtige kamers in veilige straten, zijn in de praktijk nog nauwelijks bereikbaar voor niet-witte mensen. En het is toch al minstens 50 jaar geleden dat er een wettelijke basis voor segregatie was.

Zit er een boze gedachte achter die zichtbare uitsluiting van gekleurde mensen? 
Ik vrees van niet.

Zitten er slechte racisten achter, die gekleurde mensen actief tegenhouden en uitsluiten?  
Was het maar zo makkelijk. We zouden ze aanwijzen en oppakken.

Het zit in iets veel ogenschijnlijk ‘onschuldigers’, zoals mij deze week overkwam: ik wilde niet meer in een wijk wonen waar gangs 's nachts op elkaar schieten, en dus heb ik een veiliger buurt opgezocht. Met mijn klasse-achtergrond, mijn opleiding en mijn geld heb ik de mogelijkheid om me naar binnen te wringen in een wijk die witte mensen 100 jaar geleden fantastisch voor zichzelf hebben gebouwd. Witte mensen hebben altijd uitermate goed voor zichzelf en elkaar gezorgd; het zou bijna mooi zijn, als het niet zo schrijnend raciaal gekleurd was.

Ik heb deze week gebruik gemaakt van alle privileges die mij met mijn geboorte uit een witte moeder zijn meegegeven.  En zo blijft alles bij het oude en is Enright Avenue weer een volledig ‘zwarte’ straat. De status quo is weer hersteld.

Toen ik een collega van Washington University vroeg hoe hij omging met die scheidslijnen tussen zwart en wit, antwoordde hij laconiek: ‘Ach, ik merk er niet zoveel van. Het is heel makkelijk om je terug te trekken in je eigen witte bubbel’.

En dat is precies het gevaar. Het is voor ons, witte mensen, zo makkelijk. Véél te makkelijk om, met  allerlei ogenschijnlijk onschuldige handelingen, onze eigen bubbel in stand te houden. Hoe ver reikt onze bereidheid om die bubbel door te prikken, en niet langer alleen voor onszelf te zorgen…?