Keen keld maar wel honger!

Over Hoodvloggers en 'beschaafde burgers'

Door Mick Kemeling

14-10-2016

Enkele videoverslagen die door jongeren op Youtube werden geplaatst kregen recentelijk veel negatieve media aandacht. Deze zogenaamde ‘Hoodvlogs’ gaan over een uitgebreide vriendengroep uit Poelenburg; een buurt in Zaandam. De razendsnelle ‘Anaconda’, de goedlachse ‘buurtvader’ en de sluwe cameraman ‘Issy van de vlogs’, zijn slechts een greep uit de zee aan theatrale karakters die de video’s tonen. De kijker scheurt met ze mee over Zaanse verkeersheuvels, gaat op in een confrontatie met de politie en feest met een schoolklas kinderen voor de Vomar. De jongens verspreiden gedurende hun vlogs het motto: “Keen keld maar wel honger!”, waarmee ze cynisch aangeven het ‘leven van de straat’ te kennen. Gelijktijdig wordt er hun honger naar geld mee verwoord. Er is bij de jongens veel aandacht voor snelle auto’s, rappen, kickboksen en bovenal; kameraadschap.

De titel ‘gangster’ wordt door hen als geuzennaam gedragen, maar wanneer de niet te verbergen vriendelijke kant van de ‘gangsters’ doorschemert, lijken de videoverslagen eerder op een aandoenlijk toneelstuk. Bijvoorbeeld wanneer ‘Issy’ een klein jongetje uitlegt dat energiedrank niet gezond is, of wanneer ‘de buurtvader’ uitroept wijven te haten en kort daarop met liefde in de ogen zegt hoeveel hij van zijn meisje houdt. De jongens willen graag als ‘gangster’ te boek staan en het filmen van confrontaties met de politie vormt daarvan bewijs. Wanneer de confrontatie met het openbaar gezag niet uit de weg wordt gegaan, maar zelfs status en aanzien oplevert, lijkt dit geen kenmerk van geharde criminelen. Toch waren het juist deze beelden waar mensen over vielen. Dat is niet verbazingwekkend, want het publieke debat richt zich vaak op jeugdige straatgroepen die openlijk het gezag uitdagen. Zo is burgerlijk Nederland al gevallen over het gedrag van nozems, punkers, krakers, gabbers, hooligans en nu dus ook hoodvloggers.

Om ons goed en fatsoenlijk te kunnen voelen, hebben we rebellerende jongeren nodig die zich in onze ogen moreel verwerpelijk gedragen. Zonder onszelf verheven boven anderen te voelen, wordt het ook wel heel lastig voldoening te halen uit het keurig in de pas lopen. Aangezien er altijd grenzen getrokken worden tussen goed en kwaad, tussen het aanvaardbare en het ontoelaatbare, zal er altijd gezocht worden naar mensen die we als ‘tuig van de richel’ kunnen bestempelen. Enige dankbaarheid voor het werk van de hoodvloggers is op zijn plaats; want waar zouden we zijn zonder de saamhorigheid die het klagen over hen ons brengt? Dat zij als symbool van slecht gedrag fungeren is niet zonder gevolgen. Immers, wanneer mensen het etiket van crimineel krijgen opgeplakt, zijn ze eerder geneigd, en min meer gedwongen, zich hiernaar te gedragen. Als een toneelstuk voltrekt zich al decennialang de onvermijdelijke en soms schrijnende confrontatie tussen de politie en opstandige jeugdgroepen. Er lijkt geen oplossing voor te bestaan, maar gelukkig voelen wij, de beschaafde burgers, ons er goed door.