Stelligheid als voorwaarde voor het publieke debat

Ilios Willemars

21-10-2016

Dit stukje mag niet te veel meningen bevatten. Of in ieder geval geen stellige meningen. In de ‘missie’ van Niemandsland staat immers dat stelligheid schijnzekerheid oplevert. De oprichters van deze website zien dogmatiek als een gevaar voor ‘het publieke debat’. Een open deur zou je misschien zeggen. Toch denk ik dat stelligheid nodig is om te definiëren wie wel en wie niet tot ‘het publiek’ behoren dat deel mag nemen aan dat debat.

Wat ik mij – met de Sloveense socioloog Slavoj Žižek – afvraag, is of een bepaalde hoeveelheid dogma niet een voorwaarde is voor een debat waarin ook meningen van onhoorbare groepen hoorbaar worden gemaakt. Toen Trump voorstelde “waterboarding and tougher” weer in te voeren, had hij wat mij betreft met grotere stelligheid collectief belachelijk gemaakt  moeten worden. Een ondubbelzinnige afwijzing van waterboarding is nodig om kritiek hoorbaar te maken in een situatie waarin martelen de enige ‘Amerikaanse’ oplossing lijkt. Als het, onder het mom van ‘terreurdreiging’, normaal wordt om te beweren dat de samenleving “verdedigd moet worden” tegen ‘de islam’, bemoeilijkt dat de toegang tot het publieke debat voor eenieder die zich wil uitspreken tegen oorlogsmisdaden in Irak, Libië, Somalië, Afghanistan, Pakistan of Jemen. Minder toegankelijk ook voor stemmen die oproepen tot een humaan asielbeleid voor mensen die dergelijke gebieden ontvluchten. Een verwijzing naar ‘terreur’ wordt dan een tactiek om kritiek op nationaal en internationaal overheidsgeweld onhoorbaar te maken. In zulke omstandigheden, die ook in Nederland aan de orde van de dag zijn, is dogmatisch verzet tegen het goedkeuren van marteling een voorwaarde voor meer inclusieve vormen van publiek debat.

Intussen houdt Niemandsland stellig vol dat stelligheid schijnzekerheid oplevert. Maar als haar oprichters ruimte willen bieden aan mensen die een en ander overdenken voordat ze hun mening van de daken schrijven, kan dat alleen als ook hier specifieke regels gelden. Niemandsland is dus per definitie een ruimte waar sommige vormen van denken en schrijven wel worden getolereerd maar andere niet. Het is een website die wellicht als doel kan hebben om aan niemand toe te behoren, maar desondanks door een heel specifiek gezelschap bezocht en beschreven wordt. Zou dat niet het geval zijn, dan zouden Jan en alleman hun dogma’s en stelligheden op Niemandsland kunnen spuien.

In dat laatste punt schuilt het geheimzinnige van de retoriek waarmee Niemandsland zichzelf en haar missie omschrijft. Want ook het negatieve gebod dat hier geen stelligheden moeten worden verkondigd, houdt enkel stand op voorwaarde dat de stelling dat “stelligheid een schijnzekerheid oplevert waar het publieke debat niet persé mee geholpen is” als ideologisch dogma gehandhaafd wordt. Dat gebod is impliciet gericht tegen bepaalde opvattingen die niet als ‘helpend’ worden beschouwd. Deze tekst was nooit geplaatst als ik had beweerd dat martelen meer aanhang verdient of dat Nederland vol is. En dat is een goede zaak. De oprichters van Niemandsland hoeven zich niet te schamen voor hun censuur. Het is tijd voor een publiek debat waarin sommige zaken simpelweg  niet in twijfel getrokken mogen worden.