Stop-woorden

Door Jan Willem Duyvendak

16-09-2016

Afgelopen weekend was ik met mijn moeder uiteten. Toen we de bestelling hadden opgegeven, zei de serveerster: “Helemaal goed”. Mijn moeder, die nogal  hardhorend is, dacht dat ze het verkeerd had verstaan en vroeg: “Wat zegt u?”, waarop de serveerster opnieuw zei: “Helemaal goed”. Mijn moeder rolde met haar ogen en sprak de historische woorden: “Wat fijn dat u mijn bestelling goedkeurt”.  De stopwoorden prikkelden mijn moeder enorm; ze motiveerden haar tot een reeks van (alcoholische) bestellingen, die ook allemaal de goedkeuring konden wegdragen van de serveerster.

Mijn moeder had nog nooit van de stopwoorden “helemaal goed” gehoord, terwijl bijna iedereen die in Amsterdam in de horeca werkt ze uitspreekt als de bestelling is opgenomen. Zo is het ook onder mijn beste vrienden en vriendinnen goed gebruik om voortdurend “top” en “super” te zeggen, zelfs bij onderwerpen die helemaal niet zo super en top zijn. Maar dat heeft onbedoeld wel een positief effect, want deze stopwoorden sporen ertoe aan om dingen van een zonnige zijde te bezien (of, in het geval van mijn moeder, om nog een drankje te bestellen). Stopwoorden als peptalk.

In de politiek worden stopwoorden – of stoplappen -- ook vaak mobiliserend ingezet: ze beschrijven niet zozeer de werkelijkheid maar motiveren tot handelen. In beleidskringen wemelt het van dergelijke new speak: “eigen kracht”, “burgerkracht”, “zelfredzaamheid”, “eigen regie”, "transitie" en "transformatie". Allemaal termen die te pas en te onpas worden gebruikt. Opvallend genoeg kijkt de stoplapgebruiker er vaak gewichtig bij alsof hij een belangwekkende, ja, zelfs originele bijdrage aan de discussie heeft geleverd.

Persoonlijk kan ik deze woorden niet meer horen – en varianten als “iemand in zijn kracht zetten” roepen heuse fysieke weerstand bij mij op. Maar ik zie dat andere mensen buitengewoon blij worden van deze stoplappen. Zo gebruiken beleidsmakers ze maar al te graag ter legitimatie van grootscheepse bezuinigingen op de langdurige zorg. Ik zou willen dat stopwoorden ons dwingen pas op de plaats te maken, een time-out te forceren, om bij onszelf te rade te gaan wat we in 's hemelsnaam met deze clichés bedoelen.  

Nu lijk ik op mijn wenken te worden bediend, want de afgelopen weken kreeg ik talloze uitnodigingen voor conferenties met titels als: “De transitie, wat bedoelen we daar eigenlijk mee?”, of: “Leidt de transitie wel tot een heuse transformatie?” of, precies andersom: “Leidt de transformatie wel echt tot een transitie?”. Het is letterlijk te erg voor woorden. Los van de gruwel dat deze conferenties vooral dienen als “tijd om te netwerken”, is mijn belangrijkste bezwaar dat ze voorbij gaan aan wat stopwoorden eigenlijk verstoppen. Want is het niet schandelijk dat er honderden miljoenen worden bezuinigd terwijl de dames en heren beleidsmakers niet (meer) weten waar ze het precies over hebben? Laten we van stopwoorden dan echte stop-woorden maken: we stoppen met transities en transformaties nu blijkt dat de verantwoordelijken geen flauw benul hebben waarom we ze in gang hebben gezet. Misschien moeten we er  gewoon mee ophouden.