Buurtfeest

Josien Arts

01-09-2017

“Wie op zijn twintigste geen socialist is, heeft geen hart. Wie het op zijn dertigste nog steeds is, heeft geen verstand.” Hoewel deze uitspraak nogal ongenuanceerd is, weten we uit onderzoek dat veel mensen met het ouder worden ook andere politieke opvattingen krijgen. Wie op z’n oude dag niet van zijn verworven kapitaal geniet en het niet voor zichzelf wil houden, is dus eigenlijk een beetje gek. Ik vond het juist gek om te zien hoe mensen als ze ouder worden inderdaad 180 graden kunnen draaien.

Vorig weekend was ik bij mijn oom op bezoek. Als kind kwam ik hier vaak en met de jaren heb ik de buurt waarin hij woont zien veranderen. Niet alleen zijn de huizenprijzen geëxplodeerd, maar de samenstelling van de buurtbewoners is ook aanzienlijk veranderd. Een aantal buurtbewoners ken ik van lang geleden. Ik ken ze als fanatieke aanhangers van een linkse politieke partij, regelmatig te vinden tussen de actievoerders en opbouwwerkers. Mensen met een groot hart en oog voor bewoners die het minder goed hadden dan zij.

Het was het laatste weekend van de zomervakantie. De beste tijd voor een buurtfeest dus, moet de bewonersvereniging gedacht hebben. Mijn oom zit in de feestcommissie, dus ik kreeg alle organisatieperikelen en voorpret mee. Hij liet me vol trots het programmaboekje zien. Het buurtfeest zou twee dagen duren. Op zaterdag waren er spelletjes en workshops georganiseerd, vanaf half vijf zou het avondeten worden geserveerd en van acht tot twaalf uur ‘s avonds stond de feestavond met meerdere live-optredens gepland. Het feestprogramma zou de dag erop beginnen met een koffieconcert met “zeer gevarieerde muziek (van klassiek tot jazz) van hoge kwaliteit van eigen bodem” en eindigen met een atelierroute door de buurt, zo las ik. Verspreid over elf locaties zouden negentien buurtbewoners deze middag hun kunst exposeren.

Op het programma zag ik in dikgedrukte letters staan dat “Toegang exclusief voor bewoners” van de buurt was. Door middel van een illustratie werd de buurt geografisch afgebakend – om misverstanden te voorkomen. Degenen die buiten dit gebied wonen, waren dus niet uitgenodigd. Op de achterkant van het programmaboekje zag ik maar liefst 39 sponsoren staan: meerdere hypotheekadviseurs, tandartsenpraktijken en advocatenkantoren, een makelaar, een architectenbureau, een accountantskantoor, een consultancybureau, een autodealer, een groot biermerk, een nog grotere supermarktketen, de gemeente en natuurlijk de bewonersvereniging zelf. Het programmaboekje was ontworpen door een lokale vormgever. Hier bevindt zich nogal wat economisch, cultureel en sociaal kapitaal geconcentreerd in een relatief kleine buurt van een middelgrote stad, dacht ik. En al dat kapitaal is niet toegankelijk voor mensen die in andere buurten wonen.

Dat de buurt en de mensen die er wonen door de jaren heen veranderd zijn, werd mij niet alleen duidelijk toen ik het programmaboekje las, maar ook toen ik op zondagochtend het koffieconcert bezocht. Waar degenen die ik van lang geleden ken vroeger (naar eigen zeggen) streden tegen het grootkapitaal dat ten onrechte in handen was van een selecte groep mensen, zag ik hen nu als onderdeel van dit selecte gezelschap dat vooral zelf van hun verworvenheden leek te genieten. Nu zij zelf meer kapitaal hebben verworven en (welverdiend) genieten van hun oude dag, lijkt delen met anderen er niet meer bij te horen. Ze hadden toch ook een feest kunnen organiseren waarbij de aangrenzende buurt werd uitgenodigd, zodat die buurt kon meegenieten van de financiële middelen en connecties die deze buurt bezit? Zeker nu de overheid steeds minder middelen beschikbaar stelt en buurten op zichzelf aangewezen zijn.

Ik vraag me af of het onvermijdelijk is dat mensen die vroeger (zelfverklaard) socialist waren naarmate ze ouder worden dat socialistische hart verliezen. Zullen the lucky few uiteindelijk allemaal eindigen op hun eigen exclusieve buurtfeest?

Foto: Buurtfeest De Verademing | Marco Raaphorst | Flickr