Dadels en genderneutraliteit


Jan Willem Duyvendak

10/11/2017


Bij de recente discussies over genderneutrale kleding bij de HEMA moet ik vaak terugdenken aan de kelder van mijn ouderlijk huis. Dat zit zo: in die kelder lag een metershoge stapel affiches waarop ouders werden aangemoedigd om jongens ook met poppen te laten spelen en meisjes met autootjes. Let wel, we schrijven 1972!

Toen de tweede feministische golf eind jaren zestig, begin jaren zeventig over Nederland spoelde, was mijn moeder eigenlijk net iets te oud, en ook wel te keurig, om zich aan te sluiten bij Dolle Mina. Ze was al eind dertig, had vier kinderen en was huisvrouw. Maar ook in het deftige Zeist -- waar we toen woonden -- raakte de vrouwenbeweging menige snaar. Het was echter niet het rebelse Dolle Mina dat aansprak als wel het meer gematigde ManVrouwMaatschappij (MVM, hoe saai kan een naam zijn…).

Mijn moeder werd daarin actief en mede verantwoordelijk voor de campagne om kinderen minder stereotype op te voeden. MVM liet een affiche ontwerpen en er honderden, zo niet duizenden exemplaren van afdrukken. Het animo en de afzetmarkt voor de blijde boodschap van genderdiversiteit bleken in Zeist echter tegen te vallen. En zo kwam het dat de emancipatorische aanmaning bij ons thuis in de kelder lag te verstoffen.

Ik wilde nog wel eens in die kelder komen want er lag nog een andere voorraad: dadels uit Marokko. Manden vol. Die waren daar beland omdat mijn moeder zich was gaan bekommeren om het lot van de eerste generatie gastarbeiders. Eerst als vrijwilligster, maar al snel als betaalde kracht (want geëmancipeerde vrouwen wilden betaald werk!). Uit dankbaarheid namen de door haar geholpen gastarbeiders manden vol met dadels mee terug uit Marokko, veel te veel, en ook deze stapelden zich op in onze kelder.

Op het oog lagen de genderneutrale affiches en de dadels vredig naast elkaar. Wie had toen, in de vroege jaren zeventig, kunnen bevroeden dat anderen dit zouden gaan beschouwen als een heuse clash of civilizations? De-dadels-brengende-Marokkanen werden in de loop van de daarop volgende jaren steeds meer beschouwd als de grootste tegenstanders van genderneutraliteit; zij maakten juist een rigoureus onderscheid tussen jongens en meisjes en tussen mannen en vrouwen. In hoofdbedekking bijvoorbeeld of in gescheiden zwemmen.

Mijn moeder kijkt hoofdschuddend naar deze ontwikkeling. Ze kent veel geëmancipeerde Moslima’s. En ze herinnert zich maar al te goed dat de Zeister dames niks van haar affiches wilden weten.