Dansen in het donker

Door Yoren Lausberg

23-09-2016

Dance muziek is volgens velen een belangrijk Nederlands exportproduct, wat elk jaar tijdens Amsterdam Dance Event (ADE) gevierd en benadrukt wordt. Terwijl dit ‘exportproduct’ vooral gewaardeerd lijkt te worden om het ondernemerschap dat er mee gemoeid is en de economische waarde ervan, wil ik graag een aspect van Dance naar voren brengen dat maar weinig serieuze aandacht krijgt – Dance muziek als manier om seksuele en etnische diversiteit te vieren.                

Dance muziek – house en techno – is ontstaan in Chicago en Detroit, waar de clubs dienst deden als vrijplaats voor (zwarte) homoseksuelen, transgenders en zowel witte als zwarte fabriekswerkers. De dansvloer was een veilige haven, waar seksualiteit en identiteit vrij geuit mocht worden. Het is dus niet moeilijk je voor te stellen wat voor een gemêleerd publiek daar op af kwam. Hoe anders is dat in de Nederlandse clubs van nu, waar met name heteroseksualiteit gevierd wordt en de uitgaansgebieden gesegregeerd zijn langs lijnen van klasse en etniciteit. Zo worden house en techno langzaamaan ontdaan van hun politiek geladen geschiedenis. In het verleden heeft dansmuziek een grote emancipatoire en verbindende rol gespeeld. Daar is nu haast niets meer van terug te zien. Zeker niet wanneer clubs zich steeds meer gaan richten op het grootste en meest beschikbare publiek; een witte, heteroseksuele, jonge, middenklasse.                                            

Het is niet zo dat dit een onomkeerbaar tij is, en het is ook niet zo dat dit een punt is dat doodgezwegen wordt. Sterker nog, steeds meer clubs zijn actief aan de slag om de originele waarden van (seksuele) vrijheid, gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid terug in het vaandel te krijgen. Zo heeft de Amsterdamse De School de darkrooms vrij centraal in de zaal staan, waardoor er ruimte wordt geboden aan een vrijere seksuele energie. Bird in Rotterdam organiseert haast alleen maar feestjes waarbij, naast house en techno, vooral rhythm and blues, disco en soul centraal staan. Hierdoor lukt het ze om meer variatie in leeftijd, klasse en etniciteit op de dansvloer te krijgen. Clubs die zichzelf niet als gayclub bestempelen organiseren steeds vaker gaynights en omarmen en accepteren daarmee de gayscene. De School organiseert tijdens ADE zelfs een gratis en open discussieavond over diversiteit in de clubscene.

Het is dus echt niet zo dat er niet genoeg bewustzijn is, of een gebrek aan wil en initiatief. Maar waarom wordt er dan nog altijd vooral over ondernemerschap en de economische waarde van Dance gesproken? Ondanks alle bewustheid en seksuele tolerantie die zich onder de radar afspeelt, is het nog steeds vechten tegen het tij van overmatige economische waardering, waarbij Dance automatisch gaat dienen voor het uiten van heteroseksualiteit, en het bieden van een vrije plek voor een monoculturele middenklasse. Zo is dansmuziek apolitiek geworden, en is de vrije nacht veranderd in het verlengde van de dagelijkse status-quo.

Laten we Dancemuziek niet langer waarderen vanwege haar economische successen, dit jaar niets van dat alles tijdens ADE. Laten we haar juist waarderen voor wat ze ons ooit kon bieden: vrijheid en gelijkheid in het duister voor hen die dat in het daglicht niet konden krijgen.