De boze, de bange en de onverschillige

Josien Arts

18 november 2016

In de nasleep van de Amerikaanse verkiezingen, lees ik de ene analyse na de andere om te begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen dat Donald Trump nu de president wordt van de VS. Ik wil dat begrijpen uit maatschappelijke interesse, maar ook omdat ik me zorgen maak gezien de parallellen tussen de VS en Nederland, waar Geert Wilders nog altijd populair is – als we de peilingen moeten geloven. In de analyses ligt de nadruk enerzijds op boze mensen die zich in benarde posities bevinden en verandering willen en anderzijds op bange mensen die juist géén verandering willen en de huidige maatschappelijke ontwikkelingen als bedreigend ervaren. Er is echter nog een derde groep: de onverschilligen. Hoe zit het met de mensen die verandering niet noodzakelijk achten, maar dit ook niet als bedreigend ervaren? Degenen die het allemaal wel prima vinden, om uiteenlopende redenen. In mijn eigen omgeving zie ik hiervan heel veel voorbeelden. In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in Nederland denk ik dat deze groep even doorslaggevend kan zijn als de andere twee.

De onverschilligheid blijkt uit uitspraken als: “Het maakt mij niet uit wat ze met Zwarte Piet doen.” Of: “Ik zie niet in waarom iemand twee paspoorten nodig heeft, maar om het te verbieden… dat hoeft nou ook weer niet.” Maar ook: “Protesteren heeft geen zin, er verandert toch niets. Maar het is wel heel gezellig.” Ten slotte “valt het allemaal wel mee”, zeker hier in Nederland, en zijn het “allemaal conjunctuurbewegingen, dat komt vanzelf wel weer goed.” Deze ‘luxe’ van onverschilligheid kan iemand zich alleen maar veroorloven als haar dagelijks leven en positie in de samenleving goed zijn en niet bedreigd worden. Als iemand bijvoorbeeld geen last heeft van en oog heeft voor racisme, is het alsof het niet bestaat. En dat bijstandsgerechtigden papier moeten prikken, is ook niet zo erg. Zolang je het zelf maar niet hoeft te doen.

Het verschil tussen boze, bange en onverschillige mensen is een verschil in de kwaliteit van leven. Gediscrimineerd worden, een baan verliezen, in oorlog leven of ziek worden, maakt van een onverschillig mens een boos of bang mens. Wat we nodig hebben is meer inlevingsvermogen en begrip voor elkaars ervaringen in (en visies op) de wereld. Niet om alle standpunten te rechtvaardigen, maar juist omdat standpunten kunnen veranderen. Sociale problemen worden te vaak bij ‘de ander’ neergelegd en meestal bij kwetsbare groepen, dat is het treurige. Problemen bestaan, ook als je ze niet als zodanig ervaart. En wij hebben daar allemaal een verantwoordelijkheid in, niet alleen ‘de ander’. Want de ander, dat kan jij morgen zijn.