De gewone man

Jan Willem Duyvendak

19-09-2017


Vroeger was de gewone man van links. Opkomen voor de gewone man - waarbij de gewone vrouw was inbegrepen - was een dagtaak voor progressieve politici. Het was niet altijd duidelijk wat er nu precies gewoon aan de gewone man was, maar dit had zeker te maken met het bescheiden bestaan van de betreffende man. Hij had het in het leven niet zo getroffen, of althans minder dan andere mannen. De gewone man had beperkte financiële middelen maar tegelijkertijd had hij een groot moreel krediet: gewone mannen waren uit-één-stuk, ze waren integer, en dat gold veel minder voor minder gewone mannen. Voor linkse politici was het prettig opkomen voor de gewone man: hij deugde én was onrechtvaardig behandeld door de samenleving.

Tegenwoordig is de gewone man niet meer van links (en de gewone man stemt zelf ook niet meer zo links). Rechts heeft de gewone man ontdekt en omarmd. Dit keer is de man niet gewoon omdat hij minimale middelen heeft, maar omdat hij cultureel zo gewoon is. Als geen ander belichaamt hij de gewone Nederlander. Deze rechtse gewone man is nooit een migrant en onderscheidt zich in alles van de kosmopolitische linkse elite. Deze nieuwe gewone man biedt, net als de oude, prachtige politieke kansen. Waarom mag de gewone Nederlander niet gewoon ‘gewoon’ blijven?  Waarom moet de gewone Nederlander zich verantwoorden voor Zwarte Piet? Waarom staan tradities die ‘we’ gewoon waren ter discussie?  

Naast de gewone man (Buma) kennen we, sinds zijn verkiezingsbrief, ook de normale Nederlander van Rutte. Die is min of meer van hetzelfde laken een pak: ook normale Nederlanders worden gepresenteerd als deugdzame burgers, heel anders dan migranten die door Rutte gekoppeld worden aan niet-Nederlandse, abnormale opvattingen en praktijken. Gewone en normale Nederlanders zijn politieke koosnamen: het maakt native Nederlanders onaantastbaar, boven kritiek verheven. En in dezelfde beweging worden migranten tot ‘anderen’ gemaakt, abnormale anderen die een bedreiging vormen voor de o zo gewone Nederlanders.    

Er was een tijd, nog niet eens zo heel lang geleden, dat de tekst op de meest verkochte poster in Nederland luidde: “Ooit een normaal mens ontmoet?”, waarbij de spiegelende werking van de poster effectief de normaliteit van de kijker ondermijnde. Nu wordt abnormaliteit weer gereserveerd voor minderheden en wentelt de meerderheid zich in haar gewoonheid.