De kunst van het verbinden

Linda van de Kamp

07-03-3017

Een groep kunstenaars had subsidie gekregen van een woningcorporatie om in een wijk een project te doen dat zou bijdragen aan verbinding tussen buurtbewoners. De betreffende buurt was aangemerkt als een ‘achterstandswijk’, waardoor aanspraak gemaakt kon worden op extra geld om bewoners te activeren. De kunstenaars belden aan bij de buurtbewoners en overhandigden een pop gemaakt van brood. Ze vroegen de bewoners of de pop een week lang in hun huis mocht logeren. Na die week kwamen de kunstenaars langs om te horen hoe de pop als gast was behandeld. “Heeft u gesproken met uw gast?”, vroeg de kunstenares aan een buur. “Heeft u uw gast kleren gegeven en te eten?” Eén van de kunstenaars legde mij uit dat de buren op deze manier werden aangezet om na te denken over hoe ze met een ander, met een vreemde omgaan en om zich zo ook meer open te stellen voor verschillende mensen in de buurt.   

Vervolgens werden de buurtbewoners uitgenodigd om met hun pop mee te lopen in een stoet door de buurt, opgevrolijkt met vlaggen, toeters en bellen. De stoet eindigde in het nabij gelegen park waar de buurtbewoners rond een grote tafel stonden en allemaal brood en drinken kregen terwijl een van de kunstenaars een poëtische toespraak hield over samenzijn, de kosmos en vrede. Ik dacht bij mezelf dat het op iets van een heilig avondmaal leek en inderdaad, even later vertelde de projectleidster dat haar inspiratie voor dit buurtkunst-ritueel was gekomen uit een documentaire over Mexico die ze toevallig had gezien, waarin een katholieke processie door een buurt trok en mensen samenbracht.

Verschillende buurtbewoners waren tijdens het ritueel in het park weggelopen. Ik sprak één van hen een paar dagen later en vroeg ernaar. Deze buurvrouw die al zo ongeveer haar leven lang in de wijk woont, zei: “ja, het leek wel of we in een sekte waren beland”. Ze refereerde aan haar jeugd, toen bijna iedereen in de buurt katholiek was en hoe zij en de buren afstand hadden genomen van de katholieke kerk. Zij had net als de andere buren – en ikzelf – onmiddellijk de religieuze connotatie van het kunstenaarsritueel aangevoeld en maakte dat ze wegkwam.  

De buurvrouw liet mij peinzend achter terwijl ik me afvroeg wie er nu eigenlijk met wie verbonden moest worden. Als de kunstenaars zich meer verdiept hadden in de geschiedenis en het leven van de mensen in de buurt, dan hadden ze wellicht beter kunnen inschatten wat een ‘processie’ en een ‘avondmaal’ los zouden maken aan gevoelens. Hoe zijn deze kunstenaars zelf verbonden met ‘vreemde’ buurtbewoners? Het onbedoelde effect van het mooi uitgevoerde ritueel was dat de buren die elkaar al van kinds-af-aan kennen zich nog meer verbonden voelden in hun idee dat nieuwelingen in de buurt, zoals de kunstenaars, toch maar hele vreemde mensen zijn.