De markt van de minste weerstand

Jan Willem Duyvendak

30-01-2017

Toneel Groep Amsterdam speelde The Fountainhead - een toneelstuk dat ons de zegeningen van de markt zou moeten tonen - op weergaloze wijze. Het verhaal draait om een architect die eigenzinnig zijn gang gaat en zich niet laat leiden door collega’s noch door opdrachtgevers. Hij is de belichaming van de belofte dat de markt bij uitstek ruimte biedt aan originaliteit en creativiteit. Maar de interpretatie door TGA van The Fountainhead was dubbelzinniger: waren de meeste architecten niet erg kameleontisch door precies te doen wat de opdrachtgever vroeg? Is marktconformiteit niet veeleer een garantie voor uniformiteit? Wordt de eigenzinnige enkeling niet weggedrukt door de markt?

Het geloof dat de creatieve markt de oplossing zou bieden waar bureaucratisch overheidsbeleid faalt, is al enige tijd over zijn hoogtepunt heen. Vandaag maak je je populairder door het neoliberalisme te bashen dan door er nog aanhanger van te  zijn. Ayn Rand, de ooit zo populaire ideoloog van het marktdenken en auteur van The Fountainhead, zou zich in haar graf omdraaien als ze zou zien hoe het ‘doorgeschoten marktdenken’ eerder als probleem dan als oplossing wordt beschouwd.

Hoewel, is de markt passé? Of bedient de overheid zich juist van de markt vanwege zijn conformistische karakter? Kijk maar naar de vele veranderingen die de decentralisaties op het terrein van de langdurige zorg, jeugdzorg en arbeidsparticipatie met zich meebrengen. Gemeenten hadden en hebben vaak geen idee hoe deze nieuwe taken aan te pakken. In dat ‘gat’ sprongen talloze adviesbureaus en zzp’ers die, met nagenoeg dezelfde wervende offertes, gemeenten aanboden om hen door de grote ‘transitie’ heen te loodsen. Dankbaar omarmden gemeenten deze marktpartijen die zich zo welsprekend de taal van de grote transitie eigen hadden gemaakt. En dus kwamen in alle gemeentelijke nota’s dezelfde clichés te staan over de ‘eigen kracht’ van bewoners, hun geweldige netwerken, de warmte van informele hulp, het geluk van thuiswonende ouderen (‘eigen regie!’), de noodzaak van een ‘integrale’ aanpak, de wijkteams, en de belofte van een nabije aanpak, uitgedrukt in het ‘keukentafelgesprek’. Geen marktpartij, en geen gemeente, die ook maar iets van deze beleidsmantra’s durfden af te wijken.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik weer eens een column of een nota over sociaal beleid heb gelezen, dan overvalt mij een totale mismoedigheid. Er staat nooit iets origineels en eigenlijk staat er helemaal niks. Precies zoals de politiek het waarschijnlijk wil. De markt als ultieme horige van de politiek. Is dat de natte droom van links?