De Nederlandse heteroseksuele man

Jan Willem Duyvendak

18-12-2017

Hoe staat het met de Nederlandse heteroseksuele man? Ik kan niet uit eigen ervaring spreken, maar de Nederlandse heteroseksuele man lijkt minder seksistisch dan bijvoorbeeld zijn Amerikaanse evenknie. Waar in de V.S. honderden hooggeplaatste mannen zijn aangeklaagd in de #MeToo-campagne, blijft het in Nederland opvallend stil, met name als het gaat om de werelden van de macht (politiek) en het grote geld (bedrijfsleven). De spaarzame mannen die wel publiekelijk aandacht kregen vanwege hun (vermeende) wangedrag zijn ofwel homoseksueel, ofwel werkzaam in creatieve beroepen, met name de theaterwereld. Hoe dit te begrijpen? Zou de Nederlandse hetero werkelijk zo geëmancipeerd zijn, zo vrouwvriendelijk? Is er behalve Ruud Lubbers geen enkele Nederlandse politicus in de afgelopen pakweg 25 jaar in de fout gegaan? Geen enkele CEO?

Het valt nauwelijks te geloven. Het gebrek aan aanklachten zegt mogelijk meer over de zwakke positie van Nederlandse vrouwen in de belangrijkste sectoren van de samenleving dan over de vrouwvriendelijkheid van de Nederlandse man. In ons land staan vrouwen – gemiddeld gesproken – immers uitgesproken zwak: nog niet de helft is economisch zelfstandig, de meeste vrouwen hebben hoogstens een halve baan, en Nederland bungelt achteraan als het gaat om vrouwen in leidinggevende posities. Pas als Nederlandse vrouwen meer macht krijgen, kunnen zij veilig mannen aanklagen. Degenen die wel durfden te klagen staan maatschappelijk gesproken sterk: Karin Bloemen en Jelle Brandt Corstius hebben genoeg aanzien om een aanklacht in te dienen.

We denken graag dat Nederland erg geëmancipeerd is. Waar vond de vrouwenbeweging meer respons in de politiek dan in Nederland? Uit enquêtes spreekt ook een grote progressieve eensgezindheid als het om de gelijkheid van mannen en vrouwen gaat. Maar ik vrees dat de werkelijkheid heel wat ongelijker is. Dat blijkt niet alleen uit de onmacht van vrouwen om seksueel overschrijdend gedrag aan de kaak te stellen. De vanzelfsprekende dominantie van heteroseksuele mannen valt me ook op in de discussies over vrouwen en hun kleding. Meer precies: als vrouwen zich bijna helemaal uitkleden (zoals in de Amsterdamse rosse buurt) of bijna helemaal bedekken (zoals bij de sporadische boerka) dan wordt vaak gesteld dat deze vrouwen dat “vrijwillig doen”, dat het om “autonome keuzes” gaat, dat zij niet als “slachtoffer” van heteroseksuele mannen moeten worden gezien, etc. Dat vrouwen dergelijke kledingkeuzes maken vanwege de dwingende mannelijke macht, lijkt in het o zo egalitaire Nederland onvoorstelbaar. Hier domineren de on-sociologische argumenten, nota bene vaak uit progressieve hoek: alsof deze vrouwen hoogst-individueel “kiezen” voor bijna volledige aankleding of ontkleding. Maar stel nu eens dat er geen machtige mannelijke heteroseksuele blik zou zijn: zouden die vrouwen dan dezelfde “keuzes” maken?

In Nederland hebben heteroseksuele mannen weinig te vrezen van vrouwen. Ze zijn in bijna alle sectoren nog oppermachtig. Daarom is het moeilijk om ze aan te klagen en om wat anders te dragen dan zij dwingend vragen.