De vrouw als gleufdier, de man als zaadschieter?

Lisa Smal

29-11-2018

Geachte baas,

Bedankt voor uw reactie. Ik begrijp dat het de taak van het woordenboek is om het gebruik van taal feitelijk te registreren. Daarom snap ik dat een veelgebruikt woord zoals “gleufdier” niet mag missen in de Van Dale.

Uw reactie zette mij aan het denken. Het is inderdaad belangrijk dat mensen alle woorden, die te pas en te onpas gebruikt worden, kunnen opzoeken in het woordenboek. Ook als deze stereotyperend zijn en/of een negatieve connotatie hebben. Uit het oogpunt van dit argument wil ik u er graag op wijzen dat er nog woorden missen in de omschrijvingen van ‘man’ en ‘vrouw’.

Ik zou bijvoorbeeld graag willen voorstellen dat het woord ‘kankerlul’, gebruikt in het boek De Oesters van Nam Kee, wordt geplaatst bij de hyperoniemen van ‘man’. Het zou je toch maar overkomen dat je dit boek aan het lezen bent en niet begrijpt wat een kankerlul is.

Ook gebruik ik in gesprekken met mijn vrienden wel eens woorden als ‘piemelding’, ‘klootzak’ en ‘zaadschieter’ om mannen te omschrijven. Kan dit betekenen dat deze woorden ook kans maken om te worden opgenomen in het woordenboek bij de synoniemen voor ‘man’?

Daarnaast wil ik u er ook op wijzen dat het wellicht belangrijk kan zijn om het woord ‘baas’ ook te verwerken in de beschrijving van ‘vrouw’, al dan niet in de vrouwelijke vervoeging ‘bazin’, om verwarring te voorkomen. Het is bijna 2019, en inmiddels gebeurt het zo af en toe dat vrouwen door het glazen plafond heen breken en aan de top komen te staan van een bedrijf of organisatie. Daarom begrijp ik niet waarom dit woord alleen bij de beschrijving van ‘man’ staat.

Ik snap dat ik misschien overkom als ‘zeikwijf’ en dat ik weinig tot geen autoriteit bezit. Zoals Josien in haar eerste brief schreef, lijkt uit het woordenboek - dat blijkbaar een soort afspiegeling zou zijn van de realiteit - dat mannen meer handelingsbekwaam zijn en meer aanzien hebben dan vrouwen zoals ik.

Toch zou ik u willen verzoeken om nog eens goed te kijken naar de beschrijving van de woorden van ‘man’ en ‘vrouw’ en naar de hyperoniemen en voorbeeldzinnen, om uw eigen geloofwaardigheid te waarborgen. De selecties lijken mij namelijk geen feitelijke registraties van taalgebruik, wat het woordenboek volgens mij ook zou moeten zijn. Aangezien er elk jaar tijd is om te overwegen of woorden zoals “aanmodderfakker”, “samsonseks” (seks terwijl de kinderen naar de televisie kijken) en “chillaxen” opgenomen moeten worden in het woordenboek, lijkt het mij niet meer dan redelijk om te vragen of er tijd kan worden gemaakt om de beschrijvingen van ‘man’ en ‘vrouw’ te heroverwegen.

Met vriendelijke groet,

Een gefrustreerd gleufdier