Een hellend maatschappelijk draagvlak

Fenneke Wekker

09-01-2018

Er wordt weer druk gestaakt op Nederlandse bodem. Onderwijzers, buschauffeurs, treinconducteurs; allen slaan zij de handen ineen om hun werkgevers onder druk te zetten. De werkdruk is te groot en de beloning te klein. Dat is klare taal. En staken is zo’n lekker pressiemiddel om optimale werkomstandigheden te eisen. We leven tenslotte niet meer in de 19e eeuw.

Maar toch, in de 21e eeuw doet staken mij opeens ouderwets voor. In een werkende wereld die voor een groeiend deel uit door-omstandigheden-gedwongen-freelancers en -vrijwilligers bestaat, lijkt het concept ‘optimale werkomstandigheden’ aan enige vernieuwing toe. Want optimaal voor wie? Voor beroepsgroepen die van oudsher vaste dienstbetrekkingen hebben, waar personeel ook bij ziekte en vakantie doorbetaald wordt. Alleen al voor die luxe zouden veel ZZP-ers, die sinds de financiële crisis hun oude werkzaamheden op freelancebasis moeten aanbieden,  heel wat willen geven.

Juist die beroepsgroepen die ook ná de crisis nog het principe van het dienstverband kennen, kunnen hun macht inzetten om hun omstandigheden nog sterker te verbeteren. Stel dat mijn buurvrouw zou staken, die mantelzorger is van haar vader; ‘Nee, ik kleed hem niet meer aan. Ik kook niet meer voor hem. Ik staak’. Zou iemand anders dan haar vader daar last van ondervinden? Zo erg dat er méér geld voor haar wordt uitgetrokken en er minder werkdruk op haar schouders komt te liggen? Zouden mantelzorgers nog lang solidair blijven met de stakers? Het water staat namelijk ook de mantelzorgers aan de lippen, maar aan pressiemiddelen ontbreekt het hen compleet. Stel dat de postbode zou staken. In 2010, toen postbodes nog gewoon in dienst waren bij TNT Post, werd er druk gestaakt bij de post. Nu zijn er voor iedere freelance-postbode 10 anderen die dezelfde dienst voor minder leveren. En tja, wie zal er wakker van liggen als Postbode Wim de brieven niet langs komt brengen, maar Postbode Marian?  

Werken in de 21e eeuw ziet er anders uit dan het tijdperk waarin werknemers nog een vast contract hadden tot aan hun pensioen. De meeste werkenden kennen dat hele principe niet meer. Ze verlenen diensten die ook door een heel leger anderen wordt aangeboden en moeten keihard concurreren om zichzelf niet uit de markt te prijzen. Net als het arbeidersproletariaat in de 19e eeuw heeft de ‘moderne werkende’ geen poot om op te staan. De marktwerking en wurgende concurrentie vormen – zoals we dat noemen in de sociale wetenschappen – een nieuw ‘precariaat’; een onderklasse die onderbetaald en ondergewaardeerd wordt, en daarbij onmachtig is om het werk neer te leggen en druk uit te oefenen.

In een samenleving waarin meer en meer mensen ongewild op freelancebasis werken en het risico voor ziekte of burn-out volledig zelf moeten dragen, waarin veel mensen nooit op vakantie kunnen en de benen uit het lijf rennen voor weinig of geen vergoeding, vermoed ik dat een maatschappelijk draagvlak voor stakende werknemers in dienstverband niet lang meer vanzelfsprekend zal zijn. Een nieuwe maatschappij met nieuwe werkvormen en een verzwakt zorgstelsel, vraagt om nieuwe vormen van solidariteit. Een toekomstbestendig maatschappelijk draagvlak zal daarom pas kunnen bestaan als ook de ‘onmachtigen’ onder de werkenden de kans hebben hun werkomstandigheden te optimaliseren.