First World Problems

Fenneke Wekker

24-03-2018

Het is goed om te reizen naar verre landen. Je ziet wat van de wereld en je wordt je bewust van al die immense verschillen; tussen landen en werelddelen, maar vooral tussen wat ‘normaal’ gevonden wordt op de ene plek en op de andere.

Behalve met de normen en waarden van anderen, word je tijdens die reizen ook flink geconfronteerd met je  eigen normatieve ideeën en opvattingen. Je merkt hoe diep jouw idee van ‘normaalheid’ in je lichaam geworteld zit. Je wordt niet goed als je ziet dat een vader z’n kind op straat een harde klap verkoopt. Je wordt misselijk als je geroosterde sprinkhanen krijgt opgediend. Je wordt verdrietig als je oude mensen dakloos op straat ziet zitten. Je wordt bang als je ziet dat mensen openlijk een pistool dragen. Dat hoort niet zo. Dat mag niet zo. Waarom doet niemand hier iets aan?

Teruggekomen van zo’n intensieve en confronterende reis realiseer je je hoe veilig je bent, je bent thuis en alles is weer gewoon zoals het hoort. Normaal. Je maakt je weer druk om al die bekende dingen als werk, je relatie, die vriendin die al weken niets meer van zich heeft laten horen, of je wel een geschikte outfit hebt voor het feest, of je geen vrijwilligerswerk zou moeten doen. Heerlijke ‘first world problems’, luxeproblemen, die in het niets vallen bij de problemen die mensen in de rest van de wereld hebben.

Maar hoe bedreigend, verontrustend, verdrietig-makend en lachwekkend moeten onze gewoonten, onze normen en waarden voor mensen uit verre landen zijn? Een Afrikaans-Amerikaanse collega die geschrokken wegduikt achter een kledingrek als er een zwart geschminkte Piet springend en zingend op haar af komt stuiteren;; een Irakese vluchteling die erachter komt dat je in Amsterdam nooit spontaan bij iemand aan kunt kloppen – ‘maar we hebben toch geen afspraak?’; een Iraanse vrouw die ontslagen wordt omdat ze volgens haar baas ‘dingen verzwijgt’ – het was juist het praten over haar ongenoegens waardoor ze in Iran op de dodenlijst was geplaatst. De problemen die nieuwkomers ervaren zijn voor geboren en getogen Nederlanders misschien onbegrijpelijk en overdreven. Maar wat voor ons een luxeprobleem is, kan voor een nieuwe Nederlander een onoverkomelijke opgave zijn.

Steeds beter begrijp ik waarom veel nieuwkomers in Nederland zeggen zich beter in hun element te hebben gevoeld in hun land van herkomst, ondanks het geweld, de armoede of de kansarmheid waarvoor ze gevlucht zijn.  Daar, thuis, waren de problemen, gezichtsuitdrukkingen, opmerkingen, ideeën, emoties, grapjes en ruzies bekend – gewoon, normaal. ‘First world problems’ zijn daarom denk ik niet zozeer luxeproblemen, maar meer ‘lastige dingen’ die horen bij de plek waar je je thuis voelt – of dat nu in de derde, de tweede of de eerste wereld is. Het zijn die bekende problemen die horen bij de realiteit van alledag. En hoe zwaar die dagelijkse realiteit ook is, zolang het ‘normaal’ is, vinden mensen blijkbaar manieren om met die problemen om te gaan.

Het is goed om te reizen naar verre landen. Het maakt je ervan bewust dat mensen, overal ter wereld, op hun eigen manier normaal zijn.