Geen tranen meer op Moederdag

Fenneke Wekker

14-05-2017

“Mam, ik ben er niet met Moederdag…,” zegt mijn 18-jarige dochter met een licht angstige blik in de ogen. “Dat geeft niks, schat,” probeer ik dapper.

Ik weet waar haar angstige blik vandaan komt. Ooit, toen ze 11 was, ben ik gaan huilen op Moederdag. Heus niet leuk om aan terug te denken, voor haar niet en ook niet voor mij.

Ik lag op zondagochtend te wachten in m’n bed. Ze zouden nu ieder moment wel komen, met hun zelfgemaakte ontbijtje, het schattige knutselwerkje en het lieve gedichtje. Maar niemand kwam. Mijn man was Moederdag vergeten, de school deed er niet meer aan in de bovenbouw; het had nu uit de kinderen zelf moeten komen. En het kwam niet.

Pas om vijf uur ’s middags barstte ik uit: “Het is Moederdag! Toen ík 11 was spaarde ik weken voor een cadeau voor mijn moeder, ik nam haar die dag alles uit handen, ik stofzuigde, ik waste af, ik bezorgde haar ontbijt op bed. En van jullie krijg ik niets!” Een uur later kwam mijn dochter thuis met een roos: “Alsjeblieft, mam, voor Moederdag”.

Sindsdien probeer ik niets meer van Moederdag te verwachten.

Maar ja, met Vaderdag in zicht zeg ik toch: “Jongens, denken jullie aan Vaderdag? Maken jullie iets liefs voor pap?” Dus mijn man, snurkend in bed, zich van geen Vaderdag bewust, wordt ieder jaar rijkelijk verwend. En ik probeer me niet af te vragen waarom ík op Moederdag niets krijg.

Ik, de allerliefste moeder, die al tevreden zou zijn met:
een ontbijtje op bed,
een zelfgemaakte tekening,
een aardbeientaart in de vorm van een hart,
een zilveren armbandje met ‘Liefste Moeder’ er in gegrafeerd,
een dagje sauna om lekker uit te rusten van alle goede zorgen voor de kinderen,
een…

Gekte. Of niet soms?
Ik weet dat die hele Moederdag een commerciële uitvinding is, net als Pakjesavond en Valentijnsdag. Maar toch… ik voel het echt. Ik heb altijd een knoop in m’n maag die dag. Ik word hebberig, als een verwend en ontevreden kind dat niet krijgt wat ze wil. Zoals een kinderfeestje dat onherroepelijk moet eindigen in tranen.

“Je zegt wel dat het niets geeft, maar je hoopt stiekem tóch dat ik met iets aankom”, merkt m’n dochter adequaat op. Ze prikt dwars door me heen. “En je weet heus wel dat je een goede moeder bent en dat ik van je hou.” “Dat weet ik 364 dagen per jaar, behalve op Moederdag,” zeg ik beduusd.

We hebben onze handen in elkaar geslagen, mijn dochter en ik; we hebben een eeuwige ban gelegd op Moederdag. En dat helpt. Vanmorgen, terwijl de radio schreeuwde dat het MOEDERDAG!! was, maakte ik een heerlijk ontbijtje voor mezelf en ben met een boek weer in bed gekropen. Wetend dat mijn kinderen van me houden, ook als dat niet verpakt is in plastic met rode linten.