Gewoon Nederlands, toch?

Lisa Smal

02-06-2017

Ben ik een ‘witte’ westerling die onbewust discrimineert, of ben ik een niet-westers mens dat onbewust gediscrimineerd wordt? In de documentaire wit is ook een kleur, vraagt Sunny Bergman of de proefpersonen van Westerse afkomst de linkerkamer, en de proefpersonen met een niet-Westerse afkomst de rechterkamer in willen gaan. De documentaire laat zien dat ‘witte’ mensen vaak onbewust discrimineren. Ik ben blij dat ik geen proefpersoon was. Ik weet namelijk niet in welke kamer ik zou horen.

“In welke kamer zou jij gaan staan?” vroeg ik aan mijn vriend. Hij keek me verdwaasd aan. Hij begreep niet waarom ik de vraag stelde. Voor hem was het vanzelfsprekend dat we allebei de linkerkamer in zouden gaan. Hij had er niet aan gedacht dat je daarover kan twijfelen. Wij zijn ‘gewoon’ Nederlands, volgens hem.

De afkomst van mijn vader is niet zo moeilijk. Zijn moeder is Duits en zijn vader is Nederlands. Bij mijn moeder zit het wat ingewikkelder. Voor zover ik het begrepen heb, was haar vader Armeens, en haar moeder Indonesisch en Chinees. Ik heb nooit begrepen hoe dit precies zit. Maar het is duidelijk dat mijn moeder, ondanks haar blanke huid, niet thuis hoort in de Westerse linkerkamer.

Mijn moeder houdt zich niet bezig met haar Armeens-Indonesisch-Chinese afkomst. Mijn ooms en tantes hadden altijd een paar stengels sereh in huis en bezochten regelmatig achtergebleven familie in Indonesië, terwijl ik boerenkool met rookworst van de Hema at en tot vorig jaar nog nooit buiten Europa geweest. Mijn moeder is goed geïntegreerd en ik heb niets te klagen. Ik heb geen recht om mee te praten in de discussie over discriminatie. Ik ben toch ‘gewoon wit’? Ik merk toch niets meer van alle familietrauma’s? Ik ben ‘gewoon’ Nederlands. Toch?

Mensen vragen de laatste tijd bijna nooit meer waar ik vandaan kom. Misschien komt het omdat ik mijn haar lichter verf en mijn bovenlip epileer. Misschien komt het doordat mijn achternaam Smal is, en niet Nazloomian. Misschien komt het omdat ik in een hele witte omgeving terecht ben gekomen, waarin mensen er vanuit gaan dat iedereen ‘gewoon’ Nederlands is, tenzij je er écht anders uitziet.

Maar hoewel je het niet aan mij kunt zien of horen, ben ik niet ‘gewoon Nederlands’. Ik twijfel over mijn Nederlandse afkomst en mijn vriend niet. Dat is een verschil. Ik twijfel erover of ik wel eens gediscrimineerd word, hij niet. Ik weet niet wat ik moet antwoorden op de vraag waar ik vandaan kom, hij wel. Ik denk na over mijn afkomst. Hij niet.

Heb ik dan toch iets te zeggen in de discussie over discriminatie? Juist omdat ik het niet weet? Omdat ik twijfel? Het is niet zo simpel als de linkerkamer of rechterkamer inlopen, als wit of zwart. Sunny Bergman heeft gelijk. Er is een soort bewustzijn over afkomst dat ‘witte’ Nederlanders zoals mijn vriend blijkbaar niet hebben, en ik wel. Misschien moeten we meer met elkaar praten. Als ik mijn vriend bewust kan maken van zijn Nederlandse afkomst, wordt dat Nederlander zijn misschien iets minder ‘gewoon’.

Dan hoef ik niet meer alleen te twijfelen.