Goed zijn in Ramadan


Fenneke Wekker

08-06-2018

Eén miljoen Nederlanders zijn op dit moment bezig met de Ramadan; 30 dagen vasten. Ik was benieuwd hoe het is om te vasten, en of het ook kan als je niet gelovig bent. Wat doet het met je? Welke inzichten levert het je op? Word je er religieus van? En vooral, kan je ook gewoon één dagje meedoen, of telt dat niet?

Ervaringsdeskundigen Fatiha El-Hajjari en haar zussen hielpen mij door mijn eerste dag vasten heen. Hier een verslag van een bijzondere ervaring:

5 juni, 3:00 uur:
Ik maak mijn ontbijt klaar in een slapend huis. Ik wil mijn kinderen en man niet wakker maken. Gelukkig ben ik niet alleen. Aan de overkant van de straat springen bij verschillende huizen de lichten aan. We zijn met een miljoen, denk ik bij mezelf. Je hoeft dit vandaag niet alleen te doen.

Ik ontvang een bericht van mijn vriendin Maria uit Amerika: “Fasting is easy”, schrijft ze aanmoedigend, “it’s not about the food, but about nourishing your spirit and controlling your body”. Mooi. Maar, waar moet ik mijn geest precies mee voeden als ik niet religieus ben?

Voor ik weer ga slapen probeer ik 1,5e liter water te drinken, op aanraden van Fatiha. Het lukt niet. Het is teveel. Ik krijg het niet weg en ben bang dat m’n maag uit elkaar knapt. Ik stuur Fatiha een bericht, die – natuurlijk ook wakker – meteen terugschrijft: “Hahahahah! Nee, het hoeft niet letterlijk 1,5e liter te zijn. Maar gewoon voldoende water”. Oké… Ik moet mijn hoofd er dus zelf bijhouden.

9:00 – 15:00 uur:
Op mijn werk merk ik dat ik mijn tempo moet verlagen, ik sta te duizelen. Ik heb toch al 6 uur niets meer gegeten en gedronken. Ik doe alles langzamer dan normaal. Ik verlang naar koffie. Ik wist niet dat ik zo’n verslaafde was. Ik taal niet naar voedsel, maar een kopje koffie…

Om 15:00 uur dommel ik in slaap achter de computer. Ik heb nog steeds geen honger, wel dorst (koffie!), en vooral heel veel slaap. “Ja, klopt, de vermoeidheid is soms echt zooooo zwaar”, bevestigt Fatiha. Ik besluit naar huis te gaan – het is tenslotte Ramadan. En ik vind dat ik nu echt wel een middagdutje verdiend heb. Fatiha steekt mij nog een hart onder de riem: “Je doet het echt al goed. Je bent op de helft!!!” Pfff… nog 7 uur voor ik mag eten en drinken. Waarom deed ik ook alweer mee met de Ramadan?

18:00 – 21:58 uur:
Na een comateuze slaap van meer dan 2 uur, ga ik met Josien en Lea naar Fatiha’s huis voor de Iftar. Ik voel me licht in mijn hoofd. Een fijn gevoel eigenlijk. Ik ben gevoeliger voor geluid en geur. Ik denk langzamer, beweeg langzamer, kan niet anders dan me ontspannen. Meer energie heb ik niet.

Ik begin te begrijpen dat dit in de buurt van een spirituele ervaring komt; alsof je boven de wereld zweeft en vlak onder de hemel. Je bent er wel, maar toch niet helemaal. En je keert je noodgedwongen naar binnen, omdat je energie moet sparen. Een groter bewustzijn treedt op en de honger is bijna helemaal verdwenen. Voor een glas water zou ik inmiddels tot veel bereid zijn.

Eenmaal bij Fatiha thuis is het een vrolijke boel. Er worden een hoop grappen gemaakt over ‘de Ramadan-ziekte’ van de oudste zus (die meteen over was toen ze een kopje thee mocht drinken), over het ‘Ramadan-probleem’ dat je je de hele dag verheugt op iets lekkers en het dan niet weg krijgt als je eindelijk mag eten, over de ‘Ramadan-vakantie’ omdat je geen tijd en energie over hebt voor teveel sociale extra’s. “Ik ga Ramadan echt missen als het afgelopen is,” zucht een zus, “het is zo heerlijk rustig.” Om beurten gaan de zussen bidden in een zijkamertje, de ene lang, de andere kort. “Het maakt niet uit hoe je het doet, en niemand mag er over oordelen. Het gaat om jouw individuele band met God. Die probeer je in deze maand te verbeteren,” leggen Fatiha en haar zussen uit.

Om klokslag 21:58 uur mogen we eindelijk aan de prachtig gedekte tafel. Ik breek het vasten met een glas water. Weet iemand wel hoe LEKKER water is? “Die eerste slok voel je echt door je hele slokdarm gaan, hè?” lacht een zus als ze me ziet genieten.

“Even een update, Fenneke, hoe voel je je nu?” vraagt zus Seloua na het eten. “Heerlijk,” zeg ik, “maar wel heel erg moe”. “We verliezen Fenneke! We verliezen Fenneke!” roept Fatiha uit en iedereen lacht. “Er moet snel gedanst worden!” Fatiha haalt er twee trommels bij en zingt samen met zus Habiba een paar Berberse liedjes. Ik ben weer wakker. Al was het maar door het continue gelach en komische geouwehoer van de zussen, het getrommel, het gezang, de zoete thee en het honinggebak.

6 juni, 1:30uur:
“En?”, vraagt Fatiha terwijl ik languit op de bank lig, “Hoe heb je je eerste dag Ramadan ervaren? Ga je het morgen weer doen?”. “Als ik hier in dit huis zou wonen, als ik bij jullie zou horen, dan zou ik met gemak 30 dagen meedoen,” antwoord ik stoer. “Maar ik mis de gebeden, de religieuze motivatie, de sociale omgeving om het in m’n eentje vol te houden...”

En toch, het is voor mij weldegelijk een spirituele ervaring geweest. Ik heb mezelf nog nooit op deze manier in de wereld gevoeld. Ik deed iets samen met 1 miljoen anderen. Ik was mij over-bewust van mijzelf, mijn lichaam, mijn geest, en van de mensen om me heen. En ik heb zelden zo genoten van water en eten. “Dan heb je het echt helemaal beleefd” zegt Fatiha, “ik ben echt trots op je. “Ja,” beamen de zussen als we aanstalten maken om weg te gaan, “je hebt het goed gedaan.” “Eigenlijk zou er een Ramadan-certificaat moeten zijn, dan had je die nu mee naar huis kunnen nemen”, oppert Seloua. We praten nog even door over hoe we zo’n certificaat op de markt kunnen brengen. Want hoe leuk is het om goed te zijn in Ramadan!