Het woordenboek als samenleving

Fenneke Wekker

26-11-2018


De redacteur van de Dikke Van Dale geeft in zijn antwoord aan Josien Arts aan dat het woordenboek ‘slechts’ een weergave is van de taal die er in de samenleving wordt gebezigd. Het is neutraal. Een woordenboek vindt niets, wil niets, het is een universum op zichzelf waarin de woorden als sociale feiten aan de samenleving worden voorgeschoteld.

Binnen de sociale wetenschappen zie je deze zelfde houding van neutraliteit en het zogenaamd objectief weergeven van sociale feiten, als uitgangspunt voor Goede Wetenschap.

Toch is het maar de vraag wat wij allemaal over het hoofd zien, als wij niet in ogenschouw nemen dat het mensen zijn die de mensenwereld beschrijven. Wat geven we door en niet door aan volgende generaties als wij net doen alsof woorden in een woordenboek niet door mensen geselecteerd en gepresenteerd worden?

Zowel de sociale wetenschappen als de kunst van het woordenboeken samenstellen is en blijft mensenwerk. ‘Neutrale’ observaties, hoe systematisch en analytisch uitgevoerd ook, blijven altijd doorspekt van hoe wij sociaal en cultureel gevormd zijn. Want hoe hard kun je maken dat de samenleving bestaat los van sociale interacties tussen mensen? Net als een woordenboek, maken wij de samenleving in interactie met anderen. Daarbij worden wij voortdurend beïnvloed door de wereld om ons heen en de aan plaats en tijd gebonden geldende maatstaven.

Het is veelzeggend wat er gebeurt wanneer wij, in onderstaande reactie van de redacteur van Van Dale, het woord ‘woordenboek[en]’ vervangen door ‘de samenleving’. Ik heb het hier bij een paar stukjes gedaan. Kijk maar:

Geachte mevrouw Arts,

[…]

Als je het zo op een rijtje zet, valt inderdaad wel op dat mannen en vrouwen nogal verschillend worden beschreven in de samenleving. Ik begrijp dat u dat stoort. Toch is het niet te vermijden dat een samenleving taal bevat die je in sommige gevallen stereotiep kunt noemen.

[…]

Nog niet zo lang geleden was het verschijnsel 'werkende vrouw' beslist iets wat met die woorden werd aangeduid en zelfs heden ten dage kan iemand nog vertellen dat zijn of haar moeder in de jaren vijftig een werkende vrouw was. Het is daarom toch wel logisch dat dergelijke begrippen vooralsnog in de samenleving blijven bestaan, ook al veranderen intussen de maatschappelijke omstandigheden.

[…]

Een samenleving beschrijft de taal, het schrijft niet voor welke woorden mensen wel en niet mogen gebruiken. Uiteindelijk is iedere taalgebruiker zelf verantwoordelijk voor de woorden die hij of zij in de mond neemt.

Met vriendelijke groet,

Van Dale Uitgevers

Hans de Groot

redacteur

Ik begrijp welk punt Hans de Groot wil maken: als redacteur kan hij er niets aan doen dat het woord ‘vrouw’ nog altijd in een adem wordt genoemd met ‘lustobject’ of als een object in de zinsconstructie (‘een vrouw beslapen’). Dat is nu eenmaal zo. Woordenboeken zijn een reflectie van dominante ideeën in de samenleving, dat begrijp ik volkomen. Het is alleen de vraag of je die dominante ideeën als ‘neutraal’ en ‘objectief’ moet beschouwen.

Hoe mijnheer De Groot en zijn (overwegend mannelijke?) collega’s de betekenissen van woorden selecteren, voorrang geven, of toch – bij gebrek aan ruimte – maar weglaten uit het woordenboek, is een niet te onderschatten proces. Het is hier dat dominante maatschappelijke normen vaak (onbewust) gereproduceerd worden onder het mom van ‘neutraliteit’ en ‘objectiviteit’. Op deze manier kunnen we de komende decennia weinig verandering en nuance verwachten in het Van Dale woordenboek, “ook al veranderen intussen de maatschappelijke omstandigheden”, om mijnheer De Groot maar te citeren.