#HollandAgainstHate en de coöptatie van protest

Sander van Haperen

12-02-2017

Is het kwalijk wanneer protest gecoöpteerd wordt door politieke partijen? Voorafgaand aan het #HollandAgainstHate protest op 1 februari jongstleden vermoedde ik dat dit door politici als gelegenheid aangewend zou worden om media-aandacht te claimen tegen een achtergrond van het volk. De boodschap van het protest: “tegen de politiek van verdeeldheid’’. Zou niet die boodschap van het protest centraal moeten staan, in plaats van eigen electoraal gewin?

Het deed denken aan de recente #WomensMarches. Via sociale netwerken worden diverse groepen gemobiliseerd die samen, maar autonoom, in actie komen. Het lijkt mogelijk om op gedecentraliseerde wijze grootscheepse en breed gedragen acties te organiseren,  zonder verlies van particuliere idealen. Dit soort digitally networked protest is een directe vorm van politieke betrokkenheid die het ritme van passief stemmen op vertegenwoordigers doorbreekt.

Voorafgaand aan het #HollandAgainstHate protest hoopte ik op zelfreflectie en bescheidenheid bij deelnemende politieke leiders. In mijn ogen betreft de onvrede over “politiek van verdeeldheid”  ook het beleid dat mede door deze politieke aanzoekers tot stand is gekomen. Die onvrede aanwenden om demonstranten het hof te maken lijkt hypocriet. Maar het is verkiezingstijd, dus zo gaat het. En ik ging maar.

Het protest bleek opgezet door een persvoorlichter van een politieke partij. De campagneteams waren goed georganiseerd, bijvoorbeeld door gejuich voor hun eigen politieke boegbeeld vanuit verschillende posities in de menigte aan te jagen.. Terwijl de meeste demonstranten het Malieveld weer ruimden kwamen de partijbonzen de initiatiefnemer annex persvoorlichter hartelijk feliciteren. Volop selfies werden genomen. Oprecht bezorgde demonstranten die dachten deel te nemen aan een grassroots protest waren zonder het te weten opgetrommeld als campagnefiguranten. Zouden zij ook hebben deelgenomen als het campagnedoel van dit evenement vooraf duidelijker was?

Dat politieke partijen volkswoede coöpteren is niets nieuws. Protest is altijd al belangrijk onderdeel van democratie. Een slimme campagnevoerder hijst de zeilen als de wind opsteekt. Sociale media zijn daarbij handig gereedschap. Andere partijen springen aan boord. Kan zulk electoraal opportunisme ook ten goede worden ingezet? Politici die demonstranten het hof maken; invloed op beleid, hoe bescheiden ook, is een legitimering van protestacties.

Nu een paar dagen later de verontwaardiging verder wegzakt, vraag ik me af hoe protestcoöptatie ten dienste kan worden gesteld van het gedecentraliseerde netwerkideaal. Beiden draaien uiteindelijk om de aggregatie van belangen, die ingebed zijn in gemeenschappen. Het ideaal van gedecentraliseerde netwerken is dat inbedding lokaal steviger en zonder hiërarchisch leiderschap georganiseerd kan worden. Voorbij one-size-fits-all programma’s, dat is de uitdaging. Is het mogelijk coöptatie van protest te combineren met dat ideaal?