Leren van de ervaringen van anderen

Rosanne Salimi

09-03-2018

In mijn klas wordt er veel gediscussieerd. Het vak dat ik doceer, maatschappijleer, leent zich er goed voor: bijna elke les bespreken we actuele vraagstukken om leerlingen te prikkelen hun eigen normen en waarden te ontdekken en kritisch te bekijken. Om discriminatie en uitsluiting tegen te gaan en uit angst voor de toegenomen individualisering, bespreken we ook wat goed burgerschap inhoudt, ter bevordering van de sociale cohesie in de samenleving. Dit noemen we “burgerschapsvorming”. Althans, zo staat het gesteld in verschillende beleidsnota’s van de overheid. Ook het curriculum is hierop ingesteld: het lesboek begint elke paragraaf met een vraag, geeft daarna informatie, en eindigt met een opdracht waarbij de leerling zijn of haar eigen mening kan onderbouwen. Ik vraag me echter af: leren mijn leerlingen ook echt om een kwestie van meerdere kanten te bekijken?

Het valt me op dat vooral de mondigste leerlingen het vak leuk vinden: een eigen mening formuleren, nadenken over waaróm je dat precies vindt (want je moet je mening wel goed kunnen onderbouwen van de docent!) en dit dan vol overgave door de klas roepen, in de overtuiging dat jouw mening de enige juiste is. Discussiëren over #metoo is natuurlijk veel leuker dan de kenmerken van een rechtsstaat in je hoofd stampen. Sommige leerlingen vragen me waarom ik een streep heb gezet door hun betoog over de afschaffing van de verzorgingsstaat: “In een betoog mag je toch je eigen mening geven mevrouw?” Dan antwoord ik dat dat klopt, maar dat je ook in een betoog niet zomaar kunt roepen wat je vindt. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat je goed alle gevolgen kunt overzien van de maatregelen die je voorstelt. Afschaffen van de verzorgingsstaat is inderdaad belastingtechnisch een heel slim idee, totdat jijzelf hulp nodig hebt omdat je invalide raakt of ziek wordt. Als iedereen een beetje bijdraagt, heeft iedereen daar profijt van.

De meeste leerlingen leren om hun mening goed te onderbouwen, maar ik vraag me af of we ze daar daadwerkelijk mee leren een kwestie van verschillende kanten te bekijken. Dit blijkt voor veel kinderen nog ontzettend lastig. Veel van hen spreken niet uit eigen ervaring. Een enkeling maakt mee wat de rest van de klas bespaard blijft. Zo zit er in mijn klas het meisje wiens geadopteerde zus bij de bezichtiging van een huis vanwege haar huidskleur was geweigerd. Of de Marokkaanse jongen die regelmatig door de politie staande wordt gehouden als hij op klaarlichte dag met vrienden op straat is. Of het meisje wiens ouders het schooluitje à 30 euro niet konden betalen.

Hoewel deze leerlingen dingen meemaken waar de rest van de klas zich geen zorgen over hoeft te maken, spreken ze zich niet vaak uit in de klas. Te beschaamd, of verlegen, of niet gewend om hun zegje te mogen doen. Hoe mooi zou het zijn als de leerling die met allerlei rationele argumenten komt ter afschaffing van de verzorgingsstaat, een open gesprek kan hebben met de leerling wiens ouders moeten leven van de bijstand? Of als de leerling die vindt dat “vrouwen zeuren” van een ervaringsdeskundige leerling zou horen hoe het nou écht is om seksuele intimidatie mee te maken?

De huidige invulling van burgerschapsvorming is te veel gericht op het geven van je eigen mening in plaats van het leren van de ervaringen van mensen in een minder dominante positie in de samenleving. Scholen moeten, nog meer dan nu gebeurt, een omgeving creëren waarin deze leerlingen de ruimte en veiligheid voelen om zich uit te spreken. Het curriculum zou meer gericht moeten zijn op leren luisteren naar de ander. En docenten kunnen zichzelf de vraag stellen: hoe kunnen we ervaringsdeskundige leerlingen een grotere stem geven in de klas en daarbij in het maatschappelijke debat?

Afbeelding: Quinn Dombrowski, Flickr