Maar stel nu… dat ze het menen?

Jan Willem Duyvendak

02-05-2017

Er zijn minder marxisten dan in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, maar één van hun leerstukken maakt een opmerkelijke come back: de gedachte dat ‘anderen’, de niet-marxisten, foutieve keuzes in hun leven maken omdat zij een ‘vals bewustzijn’ bezitten. Dat ‘vals bewustzijn’ klonk altijd een beetje akelig, maar het was vriendelijk bevoogdend bedoeld: mensen konden er namelijk niet zoveel aan doen dat ze de verkeerde standpunten hadden en keuzes maakten, dat kwam door de maatschappelijke omstandigheden (het kapitalisme!). Waren we eenmaal in het socialisme aangeland, dan zou hun ‘vals’ bewustzijn een ‘waar’ bewustzijn worden.

In veel beschouwingen over de Franse verkiezingen steekt het vals bewustzijn zijn kop weer op. Of het nu in anti-neoliberale analyses is of in een liberale column van de NRC, kiezers van het Front National worden beschreven alsof ze niet helemaal toerekeningsvatbaar zijn. Of preciezer: columnisten leggen ons geduldig uit dat deze mensen er eigenlijk niks aan kunnen doen dat ze een verkeerde culturele agenda volgen. Ze hebben reële economische problemen (hun baan verloren, hun pensioen gekort) en daarom stemmen ze op een partij die Moslims en zwarten niet als échte Fransen ziet, die nog steeds diep antisemitisch is en waar zelfs de hoogste partijbonzen hun homoseksualiteit nog moeten verbergen als een identité honteuse.

Kan iemand mij uitleggen wat er logisch is aan deze redenering?

Er wordt gesuggereerd dat mensen die Marine Le Pens economische programma goed vinden, haar zwaar discriminerende culturele agenda er ‘voor lief’ bij nemen. Je moet het deze mensen, met andere woorden, niet kwalijk nemen dat ze een ultranationalistische agenda met hun stem steunen. Want ‘eigenlijk’ (let op: er komt bij deze marxistische manier van redeneren altijd een ‘eigenlijk’ uit de mouw) gaat het deze kiezers vooral om sociaaleconomische kwesties. Vanuit een marxistisch perspectief is zo’n prioritering van de economie best wel begrijpelijk: het is de ‘onderbouw’, de manier waarop wij in ons levensonderhoud voorzien, die het zwaarste weegt. In de culturele bovenbouw kan het bewustzijn vrij en valselijk rondfladderen. Deze kiezers weten niet beter. Of misschien weten ze wel beter, maar maakt zo’n abjecte culturele uitsluitingsagenda hen niet zoveel uit.

Maar misschien is het nog wel erger. Waarom vertrouwen we deze kiezers eigenlijk niet op hun woord? Waarom behandelen we hen als een stelletje kinderen dat niet weet wat ze doen en denken? Stel dat we de kiezers van het Front National en de PVV nu eens wél volstrekt serieus zouden nemen en ervan uit gaan dat er voor hen zowel economische als culturele redenen zijn om op ‘radicaal rechts’ te stemmen. Zou dat niet veel beter verklaren waarom zoveel mensen die keuze zo makkelijk maken: ze zijn het domweg eens met de culturele agenda van die partijen. Ook als hun baanzekerheid toeneemt, hun pensioenen zijn veiliggesteld en hun huizen niet meer hypothecair onder water staan, dan nog vinden ze Moslims achterlijk en nog steeds zullen ze vinden dat alleen witte mensen mogen meepraten over ‘onze’ culturele tradities.

Marxisten zijn dol op de uitspraak: It is the economy, stupid! Was het maar zo eenvoudig.