Mijn lichaam van de staat?

Fenneke Wekker

19-02-2018

Het is er doorheen. Het lichaam dat vanaf 2020 geboren wordt (dat zouden de lichamen van mijn kleinkinderen kunnen zijn) is in eerste instantie van de staat. Tenzij het lichaam – of een familielid ervan – aangeeft liever niet in delen weg te willen worden gegeven na het intreden van de dood.

Nu heeft mijn eigen lichaam nooit oog in oog gestaan met de dood. Mijn organen zijn tot op dit moment gezond en ook de lichamen in mijn omgeving zijn niet afhankelijk van een orgaandonor voor hun voortbestaan. Ik kan mij voorstellen dat het perspectief op donorschap drastisch verandert op het moment dat het jouw eigen lichaam betreft, maar toch…

Op  het gevaar af dat sommige mensen vanaf nu niet meer met me willen praten; ik heb een aantal basale vragen over automatische orgaandonatie die ik op deze vrijplaats graag hardop wil stellen.

Eerst even een kleine achtergrondschets bij mijn overpeinzingen:

Toen mijn vader op zijn 52e stervende was en een experimentele behandeling kreeg aangeboden die zijn leven misschien met een aantal jaar zou kunnen verlengen, stelde ik in mijn jeugdige overmoed de vraag: ‘Maar pap, waarom zou je dat doen? Je gaat toch dood… is het niet veel fijner om dat gewoon te accepteren?’  U kunt zich voorstellen dat mij deze vraag niet in dank is afgenomen en dat de familiebanden even flink onder druk kwamen te staan. Mijn vader heeft de onmenselijke behandeling ondergaan en stierf datzelfde jaar nog.

Ondanks de tikken op mijn vingers, is het basisidee bij mij gebleven; we kunnen tegenwoordig bijna alles  oplossen met de medische wetenschap. We kunnen levens verlengen die eerder maar van korte duur zouden zijn geweest. Maar waarom zouden we dat doen? Waarom zo bang zijn voor de dood, als die toch ieder moment van ons leven aan de voordeur kan kloppen of via een achterdeur binnen kan sluipen?

Het lijkt me afschuwelijk om te sterven en ook ik wou dat onze lichamen een oneindig leven beschoren was. Maar sterven is een vast en onontkoombaar onderdeel van het leven. Om van bovenaf te bepalen dat levens koste wat kost langer gerekt moeten worden vind ik al een lastige. Maar om lichamen van burgers vanaf nu toe te wijzen aan de staat door automatisch donorschap, vind ik hoogst problematisch.

Waar ik eerst nog best bereid was mijn nier te geven uit pure, diepgevoelde solidariteit met een medemens, ben ik nu vastbesloten mijn lichaam te beschermen tegen deze nieuwe, dwingende vorm van lichamelijk  burgerschap. Als burger ben je vanaf 2020 in eerste instantie een lichaam, een zak vol bruikbare organen, om andere levens zo lang mogelijk te rekken. Solidariteit door vlees en bloed. Ik vind het gevaarlijk. Daar moet een overheid vanaf blijven, van vlees en bloed. We hebben in het nabije verleden en vlak over de grens kunnen zien wat er kan gebeuren als een staat zich lichamen toe-eigent. Laten we alles op alles zetten om die bruikbare zak organen die we zijn weer als mensen te beschouwen. Onze lichamelijke integriteit  is het hoogste goed, daar ben ik bereid voor te sterven.