Mindfulness

19-06-2017

Josien Arts

Onlangs ontving ik van mijn werkgever een uitnodiging voor een zomercursus ‘stress verminderen met mindfulness’. Ik ervaar best wel wat stress, dus ik besloot de e-mail aandachtig te lezen. De begeleidende tekst vertelde me dat het om vier sessies gaat waarin ik word geholpen de oorzaak van mijn stress te onderzoeken en te herkennen wanneer ik erin verstrikt raak. Met behulp van ‘bewezen, research-based Westerse therapie technieken’ zou ik vervolgens geholpen worden mijn ‘geest, lichaam en handelingen te balanceren’. Het bericht eindigde met de mededeling dat dit alles gebaseerd is op onderzoek naar menselijke ontwikkeling en het functioneren van de hersenen. Nu kan ik het natuurlijk waarderen dat mijn werkgever zo meedenkt en een dergelijke cursus kosteloos aanbiedt, maar toch wringt er iets.

Het bericht verbaasde me om twee redenen. Allereerst vraag ik me af waarom het nodig is de cursus op een dergelijke manier te legitimeren. Zou het anders niet serieus genomen worden? En wat voegt het precies toe, dat het om ‘Westerse therapie technieken’ gaat en ‘op onderzoek is gebaseerd’? Dat zegt niet zoveel, want: wat maken die technieken dan zo goed? En: op wat voor onderzoek is het precies gebaseerd? Door wie, waar, wanneer en hoe is het onderzocht? Maar blijkbaar zeggen de woorden ‘Westers’ en ‘onderzoek’ voldoende. Stel je voor dat de cursus gebruik zou maken van niet-Westerse en niet onderzochte technieken, zou je dan willen deelnemen? Ik kan alleen maar veronderstellen dat het antwoord volgens de schrijvers van de uitnodiging ‘nee’ zou zijn.

De tweede reden voor mijn verwondering – en misschien wel irritatie – is de tegenstrijdigheid die inherent is aan dit aanbod. Voor zover ik weet, houdt stress verminderen met behulp van mindfulness in dat je leert te leven in het ‘nu’ en niet te veel en te ver vooruit kijkt. Concreet betekent dit dat je niet te veel tegelijk moet doen en dat je aandacht moet hebben voor datgene waar je op dat moment mee bezig bent, zonder af te dwalen naar alles wat nog gebeuren moet. Dat is erg lastig in een werkomgeving waarin alles tijdelijk is, de druk hoog en de output veel. Er wordt veel van je verwacht, terwijl het einde van je arbeidscontract al bijna in zicht is. De vragen: Hoe ver ben je? Doe je wel genoeg? Red je het op tijd? Wat ga je hierna doen?, zijn een cruciaal onderdeel van het ‘nu’. Daarom wordt er nogal wat van mij en mijn collega’s verwacht om onder die omstandigheden in staat te zijn ‘stress verminderen met mindfulness’. Het lijkt dweilen met de kraan open.

Als dit een eenmalig ‘incident’ was, zou ik me er niet zo over opwinden, maar nu werken onder tijds- en prestatiedruk eerder toe- dan afneemt – door flexibilisering van de arbeidsmarkt – evenals de ‘trend’ om hiermee om te gaan met behulp van mindfulness – door de individualisering en psychologisering van sociale problemen – lijkt het me goed om hier kritisch op te (blijven) reflecteren. Dat er gedweild moet worden als je met je voeten in het water staat, lijkt me prima, maar wat wordt er gedaan om de kraan dicht te draaien?