Onverenigbare belangen


Thijs van Dooremalen


2-12-2016


Grote internationale gebeurtenissen worden in Nederland vaak sterk aan debatten over nationale kwesties gekoppeld, zo ook de verkiezingsoverwinning van Donald Trump. 
Eén van de vragen waarover naar aanleiding van de Amerikaanse verkiezingsuitslag in de Nederlandse media het meest wordt gediscussieerd, is of er in ons land niet (nog) meer naar de gevoelens van de ‘boze blanke man’ moet worden geluisterd. Want anders zou hier ook weleens opnieuw een populistisch revolutie kunnen plaatsvinden. Dit gebeurt in dezelfde weken waarin RTL is afgestapt van het vertonen van Zwarte Piet en er in het algehele publieke debat steeds meer stemmen lijken op te gaan vóór het aanpassen van de Sinterklaas-traditie.


Ergens sluiten deze trends goed op elkaar aan. Beiden kunnen worden gezien als pogingen om tegemoet te komen aan twee groepen (boze blanke mannen en boze zwarte Nederlanders) die zich gemarginaliseerd voelen. Veel opiniemakers en politici combineren de trends dan ook met elkaar. De Partij van de Arbeid loopt hierin voorop. Op 4 november zat kandidaat-lijsttrekker Lodewijk Asscher bij De Wereld Draait Door, om te pleiten voor afschaffing van Zwarte Piet. De dag na de verkiezingsoverwinning van Trump (9 november) riep hij vanaf dezelfde plek deemoedig op tot het serieus nemen van de gevoelens van onvrede van populistische kiezers. 


Het punt is echter: beide gemarginaliseerde groepen zijn het helemaal niet met elkaar eens. Sterker nog: hun gevoelens van ongenoegen en uitsluiting worden deels door elkaars meningen veroorzaakt. Boze blanke mannen zien pogingen om de Sinterklaas-traditie aan te passen als een zoveelste signaal dat hen ‘hun land wordt afgenomen’ en boze zwarte Nederlanders zullen de oproepen tot het luisteren naar deze gevoelens van onvrede juist beschouwen als nieuw bewijs van het heersende racistische klimaat.


Het is wat flauw om het specifiek over de PvdA of Asscher te hebben, want het voorbeeld is exemplarisch voor een probleem dat feitelijk geldt voor alle progressieve partijen. 
Hoe graag ze ook alle gemarginaliseerde groepen willen vertegenwoordigen, 15 jaar na de Fortuyn-revolte is nog altijd geen enkele partij er in geslaagd om met een verhaal over culturele vraagstukken (immigratie, multiculturaliteit, racisme) te komen dat zowel boze blanke mannen als boze zwarte of islamitische Nederlanders werkelijk aanspreekt. Barack Obama gold een tijd lang als buitenlands voorbeeld van hoe het moest, met zijn verbindende ‘Change we can believe in’. Maar veel blanke Amerikanen voelden zich uiteindelijk achtergesteld door zijn beleid. Zij richtten tijdens zijn eerste termijn de Tea Party-beweging op en maakten drie weken terug Trump tot president.


Misschien is het ook wel te ingewikkeld om met zo’n overkoepelend verbindingsverhaal te komen, wanneer de belangen zo onverenigbaar zijn. Het lijkt me daarom beter dat partijen duidelijker positie kiezen en gewoon erkennen dat het afschaffen van Zwarte Piet onherroepelijk betekent dat er minder rekening wordt gehouden met de gevoelens van de boze blanke man, en vice versa.


Ja, dat kan leiden tot heftige debatten, maar dat vind ik persoonlijk niet zo’n probleem, zo lang de polarisatie inhoudelijk is en niet te veel op de man/vrouw gespeeld. Politici zijn er om stelling te nemen ten aanzien van dilemma’s, niet om ze te ontlopen. Door een verhaal voor iedereen over controversiële thema’s voelt uiteindelijk niemand zich echt gehoord. En dat lijkt me het perfecte recept voor nog meer boosheid en vervreemding.