Trots op Nederland?

Lea Klarenbeek

05-12-2017

Als Amsterdammer ben ik trots op mijn stad. Deze trots wordt over het algemeen gedeeld door de mensen om mij heen, en beschouwd als een volledig probleemloos sentiment. Niemand kijkt gek op als een van mijn vrienden vertelt over hoe zij gisteravond op haar fietstocht naar huis zo geraakt werd door de schoonheid van de stad. Of dat hij zo trots was op Amsterdams Zwartepiet-loze Sinterklaasintocht. Na het overlijden van onze burgemeester kreeg ik kippenvel bij het zien van de grote rood-zwarte vlaggen die halfstok aan gebouwen wapperden. Ik voelde mij verbonden met het leed van andere Amsterdammers: Amsterdam was in de rouw, dus ik ook.

Hoe anders is de situatie als het gaat over trots op Nederland. (De woordencombinatie alleen al ruikt immers naar Rita Verdonk.) Trots zijn op Nederland vinden wij verdacht omdat we het associëren met populisme, xenofobie en uitsluiting. We zijn sceptisch over het roemen van Nederlandse tolerantie jegens LHBTQ’ers, omdat het gebruikt wordt als argument voor de uitsluiting van moslims. Sceptisch over de Nederlandse vlag in het parlement, omdat het communiceert dat het Nederlands parlement er vooral is voor ‘de Echte Nederlander’. Sceptisch over ‘de VOC-mentaliteit’ die voor ons staat voor de uitbuiting en onderdrukking van het koloniale tijdperk. Nederlands nationalisme heeft voor ons pertinent een vieze bijsmaak. (Hoe vaak hoor ik mensen niet zeggen dat ze zich ‘meer Europeaan voelen dan Nederlander’)

Geven wij, die onszelf beschouwen als kosmopolitische, progressieve Amsterdammers, hiermee niet te veel toe aan het idee dat ‘Nederland’ en ‘de Nederlander’ uitsluitend en xenofoob zijn? Is het niet juist koren op de molen van degenen die van het Nederlanderschap een exclusieve identiteit willen maken, om je zo af te keren van het nationalisme? Als alleen xenofoben zichzelf trots ‘een echte Nederlander’ willen noemen, verwordt het Nederlanderschap dan niet vanzelf tot een xenofobe identiteit?

Het feit dat Amsterdam gebouwd is met geld verdiend aan slavernij, er in onze stad nog altijd sprake is van racisme, en we ooit kritisch waren op het integratiebeleid van Van der Laan, weerhoudt ons er niet van om óók trots te zijn op Amsterdam. Zouden we dan niet ook op nationaal niveau kritiek en trots kunnen combineren, om zo ‘Nederland’ terug te claimen, en het een alternatieve, inclusievere betekenis te kunnen geven?