Een pleidooi voor de aanmoediging van stakers.

Reactie op 'Een hellend maatschappelijk draagvlak' van Fenneke Wekker

Ilios Willemars

30-01-2018

In haar tekst, gepubliceerd op deze website op 9 januari 2018, schrijft Fenneke Wekker dat het fenomeen staken als vorm van politieke actie op haar een ouderwetse indruk maakt:

“Maar toch, in de 21e eeuw doet staken mij opeens ouderwets voor. In een werkende wereld die voor een groeiend deel uit door-omstandigheden-gedwongen-freelancers en -vrijwilligers bestaat, lijkt het concept ‘optimale werkomstandigheden’ aan enige vernieuwing toe. Want optimaal voor wie? Voor beroepsgroepen die van oudsher vaste dienstbetrekkingen hebben, waar personeel ook bij ziekte en vakantie doorbetaald wordt. Alleen al voor die luxe zouden veel ZZP-ers, die sinds de financiële crisis hun oude werkzaamheden op freelancebasis moeten aanbieden, heel wat willen geven.”

In deze reactie op haar stuk vraag ik mij af of dat gevoel van achterhaaldheid een gevolg is van een naar fatalisme neigend perspectief van de ‘ondernemende’ burger die met haar tijd meegaat en traditionele vormen van protest ouderwets en weinig inventief vindt. Een perspectief dat ‘gebrek aan draagvlak’ als leidend argument neemt voor het afwijzen van politiek verzet.

Wekker maakt redelijk expliciet gebruik van het door Karl Marx geformuleerde idee dat aan goedkope arbeidskracht in een kapitalistische samenleving, aanvankelijk, geen gebrek is. Hierdoor ontstaat voor Marx, en ook voor Wekker, een soort race-to-the-bottom. Arbeidsvoorwaarden verschralen omdat het proletariaat toch een boterham moet verdienen en er steeds een ander klaar staat om haar werk van haar over te nemen. Een vicieuze cirkel.

Maar Marx heeft ook een ideologie-kritiek die in dit geval goed van pas kan komen. Twee vragen aan Wekker. Eerst één over het verlangen naar vrijheid als vals-bewustzijn, dan één over solidariteit.

1: Is het echt zo dat al die freelancers aan wie jij refereert door enkel economische omstandigheden gedwongen worden om hun arbeid op deze manier in te richten? Wellicht, soms. Maar is er niet ook een cultureel gesanctioneerd imperatief om ‘ondernemend’ te zijn, en een hang naar een fantasie van ‘vrijheid’ die onderdeel uitmaakt van een neoliberaal ideologisch project. Zo’n imperatief is nooit volledig bindend, waar economische noodzaak dat wel is. Daarom vraag ik mij af of de freelancer niet eerder lijdt aan een vorm van vals-bewustzijn dan aan economische dwang. In andere, psychoanalytische, woorden: denkt de freelancer niet dikwijls te verlangen naar een vrijheid die zij in haar verwerkelijkte vorm niet wenst te hebben?

2: In je laatste alinea stel je een nieuwe vorm van solidariteit voor die anders is dan oudere vormen – zoals staken – omdat daar niet langer draagvlak voor zou zijn. Misschien is dat inderdaad een risico. Maar is de opdracht niet ook om dat gevaar te bestrijden en om die stakers opnieuw of nog altijd hoorbaar te laten zijn? Ik vraag mij af of dergelijke solidariteit niet begint bij een aanmoediging van de stakers. En een betrokkenheid van de freelancende arbeider bij deze strijd. Net als de arbeider in loondienst betrokken moet zijn bij het lot van de gedwongen-freelancer. Want laat niet juist jouw eigen analyse zien dat de strijd van de freelancer en van de loonarbeider een en dezelfde is?