Rechtspopulisme en economische onzekerheid.
Reactie op 'Maar stel nu... dat ze het menen?' van Jan Willem Duyvendak

Paul Mepschen

08-05-2017

Jan Willem Duyvendak intervenieert met zijn bijdrage vorige week in een belangrijke discussie over de opkomst van rechtspopulisme. Moeten we die ontwikkeling begrijpen in termen van nativisme en racisme - of spelen sociaaleconomische kwesties - die samenhangen met het neoliberalisme - ook een rol? Een korte reactie op Duyvendaks kritiek op sociaaleconomische verklaringen.

Duyvendak heeft gelijk als hij betoogt dat de rechtspopulistische kiezer ‘het meent’. Natuurlijk worden zij - onder andere - gemotiveerd door culturalistische en racistische ideeën. De sociologische vragen, echter, zijn: Waarom? En waarom nu? Het gaat er in de sociale wetenschappen immers niet simpelweg om mensen op hun woord te geloven. Wat wij doen is een sociologische analyse maken.

Duyvendak heeft gelijk in zijn kritiek op economisch deterministisme. Hoewel ik niet veel '(neo)marxisten' tegenkom die echt zo'n platte analyse maken als hij suggereert. Een belangrijk deel van de SP in Nederland - inclusief de top van die partij - is wel een goed voorbeeld van dat determinisme. Die partij ontbreekt het aan een goede, linkse analyse van structureel racisme omdat men ervan uitgaat dat racisme simpelweg de consequentie is van sociaaleconomische problematiek. Dat is onzin: het wijst op onbegrip van de historische ontwikkeling van het moderne kapitalisme en de fundamentele rol die kolonialisme en racisme daarin hebben gespeeld. Het wijst op een simplistisch economisch determinisme dat Duyvendak terecht bekritiseert

Het staat dus buiten kijf dat mensen ‘het menen’. Dat is ook niet vreemd: zoals ik in mijn proefschrift betoog zijn culturalistische en racistische ideeën in toenemende mate genormaliseerd. Wat echter wel opvalt is dat culturalistische vertogen wel degelijk vaak (ook) gaan over sociaaleconomische kwesties: culturalisten/racisten/rechtspopulisten bieden een taal en model om sociale problematiek te bespreken en te begrijpen. Wilders zei: “Henk en Ingrid betalen voor Ahmed en Fatima’. Dat is een invloedrijk vertoog, dat sociologisch gezien van groot belang is.

Populistisch en culturalistisch rechts biedt ook een model om economisch gemarginaliseerden – waaronder, als gevolg van sociaal-historische ontwikkelingen, vaak mensen met een migratie-achtergrond - weg te zetten als cultureel achterlijk. Sociale ongelijkheid wordt cultureel verklaard - politiek-economische en historische ontwikkelingen worden zo onzichtbaar gemaakt. We kunnen hier spreken van de culturalisering van sociale ongelijkheid. Het ‘welvaartschauvinisme’ dat zowel het Front National als de PVV vormgeven is een centraal aspect van deze uiterst-rechtse strategie: de welvaartsstaat moet beschermd worden voor witte autochtonen, terwijl (post-)migranten juist afgestraft en gedisciplineerd moeten worden. Dát aspect van het huidige politieke moment begrijpen en theoretiseren lijkt me van centraal belang als we willen begrijpen waarom een deel van het oorspronkelijk linkse electoraat nu kiest voor extreem-rechts. Het is écht iets anders dan het onderschrijven van een simplistisch onderbouw-bovenbouw determinisme.

Ten slotte lijkt me dat het weinig zin heeft om een simplistisch economisch determinisme te vervangen door een nieuw soort cultureel determinisme: “it’s culture, stupid”. Waarom zien we nu - maar eigenlijk sinds 2002 - de opkomst van het FN en bijvoorbeeld ook extreem rechts in Nederland? Niet simpelweg omdat mensen ‘arm’ zijn - dat zou een slechte sociologische analyse zijn. Maar zou het kunnen zijn dat uiterst rechts wortel kan schieten omdat veel mensen uit de arbeiders- en middenklasse zich onzeker voelen; omdat sociale stijging stagneert; omdat mensen zich wellicht vaak ook vernederd voelen door een politieke klasse die ze niet vertegenwoordigt? De politieke en institutionele crisis is - lijkt me - ook onderdeel van het complex aan factoren om de opkomst van uiterst rechts te begrijpen.

Kortom: mensen menen het. Nativisme, islamofobie en racisme moeten een centrale rol spelen in de sociologische analyse van rechtspopulisme, maar laten we de groeiende sociale en economische onzekerheid ook serieus nemen als voedingsbodem voor de groei van uiterst rechts.