Taal als prisma om sociale kwesties te begrijpen

Francio Guadeloupe

28-11-2018

Als ik de respons van Van Dale op de brief van Josien Arts zou volgen, dan is het vanzelfsprekend dat je altijd met mannen begint in een gesprek of tekst over gender (in goed Nederlands zeggen we genus), want beginnen met mannen komt overeen met alledaags taalgebruik. Nederlands' meest bekende woordenboek geeft slechts de status quo weer. Het is een kwestie van feiten rapporteren. Het lijkt allemaal zo onschuldig.

De vraag is alleen voor wie zo’n taal-technische formaliteit logisch klinkt. In ieder geval voor diegenen die klakkeloos de heersende genderideologie accepteren. Maar doet iedereen dat? Bestaat er consensus over de verschillende subjectposities van mannen en vrouwen? Stoort niemand zich aan het privilegiëren van mannen?

Getuige de brief van Josien Arts is dat verre van het geval. Al gaat ze niet specifiek in op de taal-technische kwestie van altijd beginnen met de subjectpositie van de man, ik denk dat Josien’s verregaande kritiek ook hieraan raakt. Ze vraagt niet of de woorden ‘vrouw’ en ‘man’ in Van Dale prescriptief weergegeven kunnen worden, maar meer descriptief. Niet iedereen gebruikt de woorden op de manier waarop Van Dale ze voorstelt.

Het zou Van Dale sieren om die meervoudige stemmen te laten doorschemeren in hun woordenboek. Tenslotte heeft men dit ook gedaan met bijvoorbeeld het woord 'neger'. In Van Dale staat nu te lezen:

ne·ger (de; m,v; meervoud: negers)
Lid van een van de zwarte of donkerbruine rassen die oorspronkelijk uit Afrika afkomstig zijn (door sommigen als beledigend ervaren)

Het kan dus wel.

Taal is een mooi prisma om sociale kwesties te beschrijven en te begrijpen. Van Dale zou zich daar ook bij het beschrijven van de woorden ‘vrouw’ en ‘man’ bewust van moeten zijn.