Twee werelden, door onschuld verbonden

Fatiha El-Hajjari

25-11-2016


De een was geboren met een zilveren lepel in haar mond.

De ander was geboren in een huishouden zonder bestek.

De een verloor haar zilveren lepel.

De ander werd daarvan beschuldigd.


De een wist niet wat het was om ‘anders’ te zijn.

De ander wist niet wat het was om ‘normaal’ te zijn.

De een had in haar leven exclusie nooit ervaren.

De ander had in haar leven voor inclusie moeten vechten.


Voor de een was succes op school gegarandeerd.

De ander werd uit liefdevolle voorzorg beneden haar schoolniveau geplaatst.

Voor de een was een plek op de arbeidsmarkt bij haar geboorte vrijgehouden.

De ander moest aangeleerd worden dat daar óók voor haar ruimte was.


De een kon een winkel binnenlopen zonder nagestaard te worden.

De ander liep naast mensen die hun tassen voor haar verborgen.

De een werd zich bewust van haar bevoorrechte positie.

De ander verzette zich tegen haar onderdrukking.


De een wilde een helpende hand aanreiken.

De ander werd zich bewust van haar kracht.

De een sloot zich aan bij het verzet.

De ander gaf de strijd toch op.


De een bood haar excuus aan.

De ander verviel in haar onderdanige positie.


De een had nooit gekozen voor de wereld waarin zij was geboren.

De ander had nooit gekozen voor de wereld waarin zij was geboren.


Beiden waren onschuldig.