Verborgen Poëzie (I)

Fatiha El-Hajjari

03-04-2017

Onder de vijgenboom aan de schaduwzijde zit ze in kleermakerszit terwijl ze de mix van griesmeel, bloem en tarwemeel in rollende bewegingen met haar hand in kleine cous cous korrels draait.

Gebiologeerd richt zij haar blik op de kasria [platte schaal van aardewerk] waarin zij, na het herhaaldelijk zeven en bewerken van de graansoorten, een hoeveelheid ronde korreltjes produceert. In de wind danst haar stem op de melodie en zingt ze langzaam:

        rhanni ni thagith itoudoum ineqqes, 

        rheib thenith itawthayd iteqqes

        [De henna die jij hebt gezet druppelt en vermindert, 

        de woorden die jij over mij hebt gesproken hebben mij bereikt en verbitterd]

Terwijl ze de cous cous korrels bestrijkt met haar geoliede handen, slaakt ze een diepe zucht. De pijn is van haar gezicht af te lezen; alsof zijn woorden opnieuw met grote messen in haar hart steken. Toch straalt zij rust en vrede uit:

        fhem a llif fhem magha nesh tefhamegh

        emri zaregh accegdhath mayami kish ra mounegh

        [Begrijp, mijn liefde, begrijp! Waarom begrijp ik het wel?

        Als ik jou had willen passeren, waarom zou ik dan met jou blijven verkeren?]

Na een aantal minuten heeft ze een volgende dosis korrels gezeefd. Ondanks de schaduw voelt ze de warmte van de zonnestralen. Diep in gedachten staart ze naar de hemel waar ze een vliegtuig voorbij ziet vliegen. Zou die haar bagage kunnen dragen?

        ya tiyara yedwin, hesbaji wethsmegh

        ya tiyara yedwin, sieghwras ie ezien inno iez okendaa ne sraam

        [Vliegtuig dat wegvliegt, zie mij als jouw zuster.

        Vliegtuig dat wegvliegt, zend hem mijn liefde en dozijnen aan groeten]

Tevreden kijkt ze naar de cous cous korrels die naast haar liggen. Nu ze klaar is met het zeven van de korrels, pakt zij de kasria waar ze zachtjes maar ook ritmisch tegenaan trommelt. Haar stem wordt langzaamaan krachtiger en luider terwijl ze in dezelfde melodie verder neuriet.[1]


[1] De teksten zijn gebaseerd op poëtische liederen die traditiegetrouw al eeuwenlang door Amazigh vrouwen uit Noord-Afrika bedacht en gezongen worden. Deel 2 en 3 volgen.