Verborgen Poëzie (II)


Fatiha El-Hajjari

27-06-2017



De felle zonnestralen branden op haar rug terwijl zij beheerst maar toch gedreven de nauwe paden tussen de bergen bewandelt.
Het vuur in haar hart beweegt haar voort en haar luidkeelse gezang vult de open ruimte om haar heen:

    Mamie omie yemrach… elmoehiem mayami
    Eh nus hed tamzjant edekar wenarnie

    [Nu dat mijn geliefde is getrouwd…ach laat ook maar zitten
    Ik ben nog jong en gewild, ik kan hem inruilen voor een ander]

Ondanks de zware met bronwater gevulde flessen op haar rug, de rieten manden met wasgoed in haar handen, loopt ze stug en met grote passen door. 
Vol ongeloof probeert ze het te bevatten:

    A’liek dey ietenier behadeji behdar
    Mayami dey ie tezhier rami kesh eh noemar

    [Had je mij gevraagd afstand van je te nemen, dan had ik dat gedaan
    Waarom heb je gewacht totdat ik niet meer zonder jou kan?]

In de verte ziet ze haar moeder voor het huis onder de vijgenboom zitten. Ze denkt aan de  levenslessen die ze van haar geleerd heeft. 
Sterk zijn beveelt zij zichzelf:

    Ska ejoer ino, mesgar zie metawan
    Mera oetsewied elhoub ie mindasghajaran

    [Oh mijn hart, houd op, hoeveel tranen gaan de grond nog raken?
    Als je de liefde niet hebt gekend, wat kan je nog meer meemaken? ]

Hoe dichter zij haar ouderlijk huis nadert, des te meer dringt het besef tot haar door. 
De gedachte dat het beeld in de verte haar toekomst zal zijn, overmant haar met verdriet. 
Ze wil niet opgeven. Een nieuwe kracht raast door haar lichaam. 
Ze richt haar blik tot de hemel en bidt tot de Almachtige:

    Ya rabha un wamen, qeh abried ed ehdier
    Raydienej mami’ino, hemeejen weth ezrier
           

    [Oh het water van de zee, maak de weg voor mij vrij om over te steken
    Ik heb daar mijn geliefde, al twee jaar zijn wij van elkaar gescheiden]

Zij kijkt achterom en werpt een blik op de paden die zij samen ooit bewandeld hebben:

    Ie waya life iew iema adaath en emza
    Iema aadath edenmoen goebriedth am iezenha

    [Oh mijn geliefde gaan we elkaar ooit nog treffen?
    Gaan we het pad van vroeger ooit nog samen bewandelen?]

Ze voelt haar ademhaling op tempo komen, terwijl de zonnestralen op het pad achter haar langzaamaan gevuld worden door de schaduw van de vijgenbomen. 
Haar luidkeelse gezang verdwijnt troostend in het gebergte. 
De poëzie maakt haar vrij.  

[1] De teksten zijn gebaseerd op poëtische liederen die traditiegetrouw al eeuwenlang door Amazigh vrouwen uit Noord-Afrika bedacht en gezongen worden. Deel 1 vindt u in Niemands archief (3-4-2017), deel 3 volgt.