Wel de lusten, niet de lasten?

Lea Klarenbeek

22-02-2018

De donorwet, die het doneren van organen de norm maakt, roept een boel nieuwe vragen op. Eén bijzonder ongemakkelijk vraagstuk daarbij is: heeft iemand die expliciet de keuze maakt om zelf niet te doneren wel het recht om een donororgaan te ontvangen?

Laat ik meteen duidelijk zijn: ik geloof niet dat het goed is om wettelijk vast te leggen dat iemand die zelf geen donor wil zijn, automatisch zijn recht verliest op een orgaan. Ik wil de vraag bekijken als een moreel probleem, niet als concreet beleidsvoorstel. Zijn er situaties waarin het vol te houden is om niet te geven, maar wel te willen ontvangen?

De NOS berichtte een aantal dagen geleden over jonge mensen die geen donor willen worden. Onder hen was een 23-jarige jongen die, op de vraag of hij dan wel organen zou mogen ontvangen, het volgende antwoord gaf:

‘Ik wil weten wat er na mijn dood met mijn lichaam gebeurt, ik gun niet iedereen mijn organen. […] Je kunt iemand niet verbieden om geen donororgaan te mogen ontvangen als diegene zelf géén organen ter beschikking stelt na zijn dood. Mijn keuze is mijn keuze. Als anderen de keuze maken om hun organen wel af te staan, kunnen die dus ook bij mij terechtkomen.’

Persoonlijk ben ik niet overtuigd. Maar waarom eigenlijk niet? Ik ben sinds mijn 18e donor en vind het zelf ook geen prettig idee dat, mocht ik komen te overlijden, mijn lichaam eerst ‘leeggeplukt’ wordt, en mijn nabestaanden daardoor niet meteen de kans krijgen om in alle rust te rouwen. Toch ben ik donor: ik vind dat dit ongemak niet opweegt tegen het geluk dat mijn organen een ander kunnen brengen. Een soort kosten-batenanalyse dus.

Nu is de eerste vraag: zou ik deze jongen mijn orgaan willen geven, als ik zeker weet dat ik er geen voor terug zou krijgen als ik het nodig had? Het antwoord hierop is denk ik ‘ja’. Op het moment dat hij iets aan mijn organen zou hebben, heb ik immers niets meer aan de zijne. De kosten-batenanalyse blijft hier overeind. Maar een nog interessantere vraag: stel ik had de keuze om mijn organen na te laten aan twee vergelijkbare mensen, waarvan er één donor is en de ander niet.. Dan zou ik kiezen voor de eerste.

Naast de afweging van wat het meeste geluk opbrengt, speelt er dus toch ook nog iets anders mee. Het idee van orgaandonatie is gestoeld op solidariteit. (De vraag of je solidariteit kunt afdwingen, zoals nu met deze nieuwe donorwet wellicht gebeurt, is een interessante, maar laat ik hier even buiten beschouwing). Het niet willen doneren van organen uit een idee van zelfbeschikking doorbreekt deze solidariteit. Dezelfde jongen geeft overigens ook aan dat hij zijn organen niet zomaar aan iedereen gunt. Hij lijkt hiermee dus zelf ook de deur open te zetten voor de selectie van wie een donororgaan ‘verdient’ en wie niet.

Zijn er dan situaties te bedenken waarin ik mij kan voorstellen dat je je niet solidair opstelt als het gaat om orgaandonatie? Ik kan me indenken dat het voor sommige mensen heel belangrijk is om het lichaam ongeschonden te houden. Stel bijvoorbeeld dat je gelooft dat je geen toegang hebt tot een vorm van het hiernamaals als je lichaam niet intact blijft. Dan kan het idee van orgaandonatie het leven (en wellicht dat van je nabestaanden) ondraaglijk maken. Ik las ook het verhaal van een man die op mannen valt, en daarom geen bloed mag doneren vanwege verhoogd risico op HIV. Hij was hier, terecht naar mijn idee, zo boos over dat hij heeft besloten om zolang hij geen bloed mag doneren, ook geen organen te doneren.

Geconfronteerd worden met je eigen sterfelijkheid is ingewikkeld, en de dood is een thema dat veel mensen een diepe angst inboezemt. Het is waanzinnig moeilijk om een onderscheid te maken tussen ‘terechte’ gevallen en ‘minder terechte’ gevallen. Zijn religieuze of politieke overwegingen inderdaad zwaarwegender dan persoonlijke overwegingen als het principe van zelfbeschikking?

Te hopen is dat de nieuwe wet zoveel nieuwe organen zal opleveren, dat we het ons als samenleving kunnen veroorloven dat mensen zich niet solidair opstellen, of we dit nu terecht vinden of niet.