Witte verf

Yannick Coenders

22-01-2017

De NOS maakte vrijdag melding van het stagnerende aantal etnisch gemengde koppels. In het bericht worden etnische minderheden met elkaar vergeleken alsof het een wedstrijd betreft: welke groep heeft het hoogste percentage witte partners?  Volgens demograaf Jan Latten zeggen de cijfers ‘iets over het integratieproces’. Kinderen met een witte ouder krijgen volgens  hem namelijk hogere citoscores dan kinderen uit ongemengde niet-witte relaties. Met name Surinaamse Nederlanders doen het prima, terwijl Marokkaanse en Turkse Nederlanders minder mengen. De Volkskrant leek positiever en stelde vast dat, als gemengde relaties een graadmeter zijn, het over de hele linie beter gaat met de integratie in Nederland.

In een tweet wees journalist Saul van Stapelen er al op dat ‘mengen’ een nogal vreemde term is als het over maximaal twee mensen gaat. Terechte opmerking, lijkt me, maar tegelijkertijd kan ik me bij een ‘ongemengde relatie’ ook weinig voorstellen – laten we het op een onhandige woordkeuze houden. Belangrijker is het om na te denken wat het mengsel nu precies is. Uit de berichtgeving lijken witte Nederlanders namelijk alleen te dienen als basisverf. Iets waar kleur aan toegevoegd kan worden, maar zonder zelf ooit uit de eigen pot te hoeven. Het CBS meet alleen hoeveel van welke kleur aan wit wordt toegevoegd. Wit leunt ondertussen achterover en hoeft niks te doen.

Zoals zo vaak in discussies over integratie zijn het de minderheden die hun best moeten doen om zoveel mogelijk ‘te mengen’: wie wil er immers geen kinderen met een hoge citoscore? Het is dan ook jammer dat er opnieuw zo weinig gesproken wordt over witte zelfsegregatie. Hoewel dit in de Volkskrant wel wordt genoemd, presenteert het CBS alleen percentages gemengde koppels onder etnische minderheden. Vervolgens verklaart de NOS het lage percentage gemengde koppels onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders aan de hand van voorkeuren die heersen onder die groepen, alsof witte Nederlanders zonder voorkeuren door het leven gaan: is een wit-wit-relatie niet ook ongemengd, en het resultaat van bewuste keuzes?

Een vraag die blijft hangen is waarom etnisch gemengde relaties eigenlijk het ideaal zijn. Natuurlijk, godzijdank zijn de tijden voorbij waarin interetnisch contact onmogelijk was door racistische regimes. De vraag is echter of gemengde koppels daarmee ook perse altijd een teken van vooruitgang zijn? Een mooie citoscore lijkt me daarvoor een nogal magere indicator. Het sluimerende, en niet zo sluimerende, racisme in Nederland lijkt bijvoorbeeld geen halt toe te zijn geroepen door een toename van interetnische stelletjes. Bovendien, zo stelt socioloog Leen Sterckx, kan een gemengde relatie zowel tot meer wederzijds begrip als wederzijds onbegrip leiden. Racisme kan bijna even virulent zijn in landen met (Frankrijk, Nederland, Engeland) en zonder (US) een hoog percentage interetnische, zwart-wit relaties. Liefde is niet altijd veelzeggend.